Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Noord-Nederland van 2 juni 2022, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De beoordeling
27 januari 2022. Daaruit volgt dat op de zitting een persoon zich noemende [naam1] is verschenen, als de gemachtigde van de betrokkene. Omdat namens de betrokkene een machtiging was overgelegd met alleen de voornaam van de persoon die hij machtigt, heeft de kantonrechter de behandeling van de zaken vier weken aangehouden en de gelegenheid geboden om een machtiging over te leggen waarop ook een achternaam van de pretense gemachtigde staat. Uit het proces-verbaal van de zitting van 2 juni 2022 volgt dat de zaken opnieuw op de zitting zijn behandeld. Wederom is de persoon zich noemende [naam1] verschenen op de zitting. Een machtiging met daarop een achternaam van de pretense gemachtigde is niet verstrekt. De kantonrechter heeft vervolgens de persoon zich noemende [naam1] niet geaccepteerd als gemachtigde omdat bij gebrek aan een achternaam de identiteit van de pretense gemachtigde onvoldoende kan worden vastgesteld, en daarmee ook of deze daadwerkelijk de persoon is die door de betrokkene is gemachtigd. De persoon zich noemende [naam1] heeft ter zitting geen inhoudelijke gronden tegen de beslissingen van de officier van justitie kunnen aanvoeren. De kantonrechter heeft vervolgens het door de betrokkene zelf ingediende beroepschrift inhoudelijk behandeld en beoordeeld.