Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster,
1.Het geding in eerste aanleg
3.De feiten
[de minderjarige]. De ouders hebben samen het gezag. [de minderjarige] woont bij haar moeder.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder is door de rechtbank verplicht binnen twee weken te verhuizen naar een woning in de oorspronkelijke woonplaats van het gezin, onder dreiging van een dwangsom, omdat zij zonder toestemming met de minderjarige is verhuisd. De moeder stelde hoger beroep in en verzocht om schorsing van de uitvoerbaarheid van dit bevel.
Het hof toetste of het belang van de moeder en de minderjarige bij het behoud van de huidige situatie zwaarder woog dan het belang van de vader bij de tenuitvoerlegging van het verhuisbevel. Het hof constateerde dat de minderjarige inmiddels naar school gaat in de nieuwe woonplaats, dat het contact met de vader wordt onderhouden conform de regeling, en dat een gedwongen terugverhuizing de stabiliteit van het kind zou schaden.
Daarnaast speelde mee dat de vader zelf recentelijk verhuisd is en de strafzaak tegen hem nog loopt, waarbij hij geen openheid gaf over de verdenkingen. Het hof besloot daarom de werking van het verhuisbevel te schorsen totdat het hoger beroep is beslist, met als uitgangspunt het belang van de minderjarige en haar recht op een stabiele opvoedsituatie.
Uitkomst: De schorsing van het verhuisbevel aan de moeder wordt toegewezen zodat de minderjarige bij haar kan blijven wonen tijdens het hoger beroep.