Uitspraak
[verzoeker] ,
€ 1.360,00 (duizend driehonderdzestig euro);
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoeker werd in voorlopige hechtenis genomen op verdenking van ernstige strafbare feiten, waaronder mishandeling en seksueel misbruik van kinderen. De strafzaak eindigde met een niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie omdat verzoeker vanwege fysieke en cognitieve beperkingen niet in staat was het proces te volgen of de gevolgen te overzien.
Verzoeker vorderde schadevergoeding voor de 504 dagen voorlopige hechtenis, maar de rechtbank wees dit af wegens het ontbreken van billijkheidsgronden. Het hof bevestigde dit oordeel, stellende dat de ernstige verdenking en unieke medische situatie van verzoeker de duur van de hechtenis rechtvaardigden.
Het hof oordeelde dat de voorlopige hechtenis niet uitzonderlijk lang was en dat voortvarendheid van het deskundigenonderzoek voldoende was. Wel kende het hof een vergoeding toe voor de kosten van het indienen en behandelen van het verzoekschrift, omdat het niet vooraf duidelijk was dat dit verzoek zou worden afgewezen.
De beslissing bevestigt het belang van een zorgvuldige belangenafweging bij schadevergoedingen na voorlopige hechtenis, zeker bij complexe medische omstandigheden en ernstige verdenkingen.
Uitkomst: Verzoek tot schadevergoeding wegens voorlopige hechtenis wordt afgewezen, maar proceskosten worden vergoed.