ECLI:NL:GHARL:2023:2994

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
6 april 2023
Publicatiedatum
6 april 2023
Zaaknummer
Wahv 200.312.478/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie aan kentekenhouder bij Mulder-gedraging zonder staandehouding wegens noodhulpmelding

De betrokkene kreeg een sanctie van €240 opgelegd voor het negeren van een rood verkeerslicht op 3 oktober 2020 in Maastricht. De betrokkene stelde in hoger beroep dat ten onrechte op kenteken was bekeurd omdat de ambtenaar geen staandehouding verrichtte vanwege een noodhulpmelding.

Volgens artikel 5 van Pro de Wahv moet een ambtenaar de bestuurder staande houden om de identiteit vast te stellen, tenzij er geen reële mogelijkheid was tot staandehouding. De kantonrechter oordeelde terecht dat er geen reële mogelijkheid was omdat de ambtenaar onderweg was naar een noodhulpmelding en daardoor de sanctie aan de kentekenhouder mocht opleggen.

Het hof bevestigt deze beslissing en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. De ambtenaar had direct zicht op het verkeerslicht en zag dat het ongeveer vijf seconden op rood stond toen de betrokkene doorreed, maar kon vanwege de prioriteit van de noodhulpmelding niet staande houden.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie aan de kentekenhouder en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.312.478/01
CJIB-nummer
: 236808471
Uitspraak d.d.
: 6 april 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 8 juni 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Daarnaast heeft de kantonrechter vastgesteld dat de officier van justitie een dwangsom is verschuldigd van € 138,-. Het verzoek om vergoeding van wettelijke rente over de dwangsom en een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat.” Deze gedraging zou zijn verricht op 3 oktober 2020 om 10:40 uur op de Nieuweweg in Maastricht met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. Het namens de betrokkene ingestelde hoger beroep beperkt zich tot het verweer dat in deze zaak ten onrechte op kenteken is bekeurd. Er heeft geen staandehouding plaatsgevonden omdat de ambtenaar onderweg was naar een melding ten behoeve van de noodhulp. Uit de rechtspraak van het hof kan worden afgeleid dat dit zonder nadere toelichting waarom de andere werkzaamheden prioriteit hadden onvoldoende is om aan te nemen dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan. De gemachtigde wijst daarbij op diverse arresten van het hof.
3. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
4. Bij de stukken bevindt zich een zaakoverzicht, met de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en de verklaring van de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd. Deze verklaring houdt in:
“Ik had direct zicht op het verkeerslicht en zag dat deze ongeveer 5,00 seconden op rood stond op het moment dat betrokkene dit licht negeerde. (…)
Reden geen staandehouding: waren op weg naar melding t.b.v. de noodhulp.”
5. De kantonrechter heeft op juiste gronden geoordeeld dat voor de ambtenaar geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder bestond, zodat de sanctie met toepassing van artikel 5 van Pro de Wahv aan de kentekenhouder kon worden opgelegd. Ongeacht de reden voor de noodhulpmelding, staat het niet ter vrije beoordeling van de politieambtenaar om een dergelijke melding te negeren en eerst een bestuurder staande te houden die een Mulder-gedraging begaat.
6. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.