ECLI:NL:GHARL:2023:2957

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
5 april 2023
Publicatiedatum
5 april 2023
Zaaknummer
Wahv 200.309.208/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor negeren verplichte rijrichting bij bord C4 eenrichtingsweg

De betrokkene kreeg een boete van €150 opgelegd wegens het negeren van de verplichte rijrichting bij een bord C4, een eenrichtingsweg, op 4 maart 2021. De betrokkene voerde aan dat het bord niet voor hem gold omdat hij linksaf sloeg en het bord alleen voor rechtsaf verkeer zou gelden.

De ambtenaar stelde vast dat de betrokkene vanaf een parkeerplaats de Randweg West oprijdt en direct linksaf sloeg, terwijl het bord C4 met pijl naar rechts aangaf dat de rijrichting rechtsaf was. Foto's en luchtfoto's ondersteunden deze constatering. Het hof oordeelde dat het bord wel degelijk voor de betrokkene bestemd was en dat hij verplicht was de pijl naar rechts te volgen.

Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de boete bevestigd. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. Het arrest is gewezen door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 5 april 2023.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €150 voor het negeren van de verplichte rijrichting bij bord C4.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.309.208/01
CJIB-nummer
: 241017827
Uitspraak d.d.
: 5 april 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 25 maart 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “tegen de verplichte rijrichting inrijden (bord C4, eenrichtingsweg)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 4 maart 2021 om 12:57 uur op de Randweg West in Nederweert met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat een bord C4 niet verplicht een bepaalde rijrichting te volgen. Het bord C4 ziet immers op een geslotenverklaring/eenrichtingsweg. De bestuurder is linksaf gegaan; hier gold het bord niet. Het bord betekent één richting als men de straat naar rechts inrijdt en dus niet als men links gaat. De gedraging is daarom niet verricht.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Bestuurder negeerde bord C4. De pijl wijst naar rechts. De bestuurder sloeg linksaf.”
5. Het dossier bevat daarnaast een aanvullend proces-verbaal van 6 juli 2021. Hierin verklaart de ambtenaar het volgende:
“Ik zag op 4 maart 2021, omstreeks 12:57 uur, dat genoemd voertuig, met kenteken [kenteken] , een verplichte rijrichting negeren, aangegeven met bord C4 met daarop een pijl naar rechts. (…) Ik zag het voertuig vanaf de parkeerplaats de Randweg West oprijden. Het voertuig sloeg daarbij gelijk linksaf richting Randweg Zuid. Hierbij negeerde het voertuig bord C4. Tevens reed het voertuig nu aan de verkeerde kant van de weg (spookrijden) waardoor er gevaarlijke situaties kunnen ontstaan.”
6. De ambtenaar heeft hierbij een foto en een luchtfoto van de situatie overgelegd. Hieruit blijkt het volgende. De betrokkene reed op een uitrit vanaf een parkeerplaats. Deze uitrit komt uit op een doorgaande weg die is opgedeeld in twee rijstroken met daartussen gelegen een verhoging. De eerste rijstrook, gezien vanaf de positie van de betrokkene, is de rijstrook voor verkeer in de richting rechts, de tweede rijstrook voor verkeer in de andere richting. Op de verhoging, recht tegenover de uitrit waar de betrokkene op reed (op de luchtfoto aangegeven met 1), staat een bord C4 (eenrichtingsweg) met een pijl naar rechts.
7. Met een bord C4 is aangegeven dat sprake is van een eenrichtingsweg. Dit betekent dat het verkeer zich enkel in de op het bord aangegeven richting mag voortbewegen. In dit geval betekent dit dat de betrokkene verplicht was de pijl naar rechts te volgen en dus naar rechts had moeten afslaan. Het hof volgt niet de lezing die de gemachtigde aan het bord geeft dat het bord niet voor de betrokkene gold. Gelet op de positie van het bord is dit bord bestemd voor verkeer dat uit de uitrit kwam en dus voor de betrokkene. Dat de betrokkene niet rechtsaf is geslagen, betekent niet, gelet op de betekenis van het bord, dat het bord niet bestemd is voor de betrokkene. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
8. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.