ECLI:NL:GHARL:2023:2767

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
30 maart 2023
Publicatiedatum
31 maart 2023
Zaaknummer
Wahv 200.312.147
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 62 RVV 1990Art. 64a RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor snelheidsovertreding bij combinatie van bord A1 en matrixbord A3

De betrokkene werd gesanctioneerd voor het rijden met 14 km/u te hard op een autosnelweg buiten de bebouwde kom, waar een maximumsnelheid van 80 km/u gold. De overtreding vond plaats op 30 september 2020 op de A13 in Rotterdam. De betrokkene stelde dat ten onrechte was gehandhaafd op basis van bord A1, terwijl sprake zou zijn van bord A3, een elektronisch matrixbord.

Het hof stelde vast dat zowel fysieke borden A1 als elektronische matrixborden met een afbeelding van bord A1 aanwezig waren op de trajectcontrole. Volgens het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) is bord A1 een rond wit bord met rode rand en zwarte cijfers, terwijl bord A3 een vierkant matrixbord is met witte stippen op zwarte achtergrond.

Het hof oordeelde dat de ambtenaar terecht een sanctie oplegde voor het negeren van bord A1, omdat de snelheidsovertreding onbetwist was en de combinatie van fysieke en elektronische borden aanwezig was. Tevens overwoog het hof dat bij uitsluitend elektronische aanduiding van bord A1 het opleggen van sanctie op basis van bord A1 of A3 mogelijk is, maar bij een klassiek matrixbord alleen op basis van bord A3.

De beslissing van de kantonrechter, die het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om proceskostenvergoeding afwees, werd bevestigd door het hof.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie voor snelheidsovertreding op basis van bord A1 en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.312.147/01
CJIB-nummer
: 236760537
Uitspraak d.d.
: 30 maart 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 27 mei 2022, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats].
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 112,- voor: “14 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 30 september 2020 om 00:31 uur op de (trajectcontrole) A13 Rotterdam links in Rotterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken].
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat ten onrechte is gehandhaafd op een bord A1. Er was namelijk sprake van een bord A3, waarbij de maximumsnelheid elektronisch wordt aangegeven. Anders dan de kantonrechter overwoog, is voor de beantwoording van de vraag of sprake is van A1 dan wel A3 bebording niet van doorslaggevend belang of sprake is van een rode rand, maar is van belang op welke wijze het bord wordt gepresenteerd, namelijk digitaal of niet. De gemachtigde stelt dat deze visie steun vindt in de omschrijving in de bijlage van het RVV 1990, waar bij het bord A1 staat vermeld ‘maximumsnelheid’ en bij bord A3 ‘maximumsnelheid op een elektronisch signaleringsbord’.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast met behulp van een voor de meting geteste, goedgekeurde en op de voorgeschreven wijze gebruikte trajectsnelheidsmeter op basis van factoren tijd en afstand.
Gemeten gemiddelde (afgelezen) snelheid: 97 km/u.
Werkelijke gemiddelde (gecorrigeerde) snelheid: 94 km/u.
Toegestane snelheid: 80 km/u.
Overschrijding met: 14 km/u. (…)
Trajectlengte 1630 meter
Trajectnummer: A0130002 (…)
Overtreden artikel: 62 jo. bord A1 RVV 1990. (…)”
5. In het dossier bevinden zich processen-verbaal van schouw, met als bijlage het schouwrapport, waaruit blijkt dat op 20 september 2020 en 4 oktober 2020, de bebording op de trajectcontrole A13 Overschie links, sectie A0130002, is gecontroleerd. Uit deze schouwrapporten blijkt het volgende. Sectie A0130002 begint bij hectometerpaal 18,8 en eindigt bij hectometerpaal 17,1. Borden A1 met de aangegeven snelheid 80 km/u bevonden zich ter hoogte van de hectometerpalen 19,9, 19,1, 18,2 en 17,3. Op matrixborden bij de hectometerpalen 19,7, 18,8, 18,2 en 17,1 was eveneens de snelheid van 80 km/u aangegeven. Op de matrixborden was de snelheid aangegeven middels een afbeelding van een rond bord met een rode rand, waarin de snelheid werd aangegeven.
6. Het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990) bepaalt in artikel 62: “Weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden.”
Artikel 64a van het RVV 1990 luidt:
“Verkeersborden mogen op een elektronisch signaleringsbord worden weergegeven.”
7. In bijlage 1 van het RVV 1990 zijn de verkeersborden opgenomen. Verkeersbord A1, maximumsnelheid, is een rond wit bord met een rode rand, waarin met zwarte cijfers de snelheid wordt aangegeven. Verkeersbord A3, maximumsnelheid op een electronisch signaleringsbord, is een middels witte stipjes aangeduid vierkant met daarin een met witte stippen aangegeven snelheid (tegen een zwarte achtergrond).
8. Het hof stelt vast dat in het onderhavige geval zowel sprake was van het fysieke verkeersbord A1 als van de op een elektronisch (matrix) bord opgenomen afbeelding van het verkeersbord A1.
Gelet hierop, alsmede in aanmerking genomen, dat niet wordt betwist dat ter plaatse met voormelde snelheid is gereden, kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. De ambtenaar heeft dan ook terecht een sanctie opgelegd voor de feitcode behorend bij het negeren van verkeersbord A1.
9. Het hof overweegt in dit kader voorts nog dat indien er geen sprake zou zijn geweest van (fysieke) verkeersborden A1 maar slechts van een op een elektronische bord opgenomen afbeelding van het verkeersbord A1, het de ambtenaar vrij stond te kiezen voor het opleggen van een sanctie voor de feitcode behorend bij het negeren van verkeersbord A1 dan wel voor de feitcode behorend bij het negeren van verkeersbord A3. De sancties zijn in beide gevallen even hoog. Slechts in geval de geldende maximumsnelheid enkel is aangegeven op een ‘klassiek’ matrixbord - in een vierkant, met witte stippen tegen een zwarte achtergrond - dient een sanctie te worden opgelegd voor de feitcode behorend bij het negeren van verkeersbord A3.
10. Het voorgaande brengt mee dat het hof de beslissing van de kantonrechter zal bevestigen. Voor het toekennen van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.