ECLI:NL:GHARL:2023:2603

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
27 maart 2023
Publicatiedatum
27 maart 2023
Zaaknummer
Wahv 200.318.733/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2, derde lid, Besluit proceskosten bestuursrechtWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen proceskostenvergoeding bij administratief beroep parkeerovertreding

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen een sanctie van € 95,- voor een parkeerovertreding en tegen de door de kantonrechter toegekende proceskostenvergoeding van € 15,- voor het indienen van het administratief beroepschrift. De advocaat-generaal vernietigde de oorspronkelijke beschikking, waardoor het hoger beroep tegen de sanctie niet-ontvankelijk werd verklaard.

Het hof oordeelde dat de kantonrechter ten onrechte de proceskostenvergoeding had gematigd, aangezien het beroepschrift meer inhield dan een pro forma verklaring. De gemachtigde had de gedraging ontkend, stukken opgevraagd en om een nadere termijn verzocht, en de gronden tijdens de hoorzitting aangevuld.

Op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) en de forfaitaire puntentoekenning verhoogde het hof de proceskostenvergoeding tot € 1.284,75. Het hoger beroep tegen de sanctie werd niet-ontvankelijk verklaard, en de advocaat-generaal werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.

Uitkomst: Het hoger beroep tegen de sanctie is niet-ontvankelijk verklaard en de proceskostenvergoeding is verhoogd tot € 1.284,75.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.318.733/01
CJIB-nummer
: 235772789
Uitspraak d.d.
: 27 maart 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 19 oktober 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en die beslissing gewijzigd in die zin dat de feitcode wordt gewijzigd. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van in totaal € 529,75.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Hierbij is verzocht om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen.
Bij brief van 10 februari 2023 heeft de advocaat-generaal het hof bericht dat de inleidende beschikking is vernietigd. De betrokkene en de gemachtigde zijn daarover geïnformeerd.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie van € 95,- opgelegd voor een parkeerovertreding. Nu de advocaat-generaal heeft besloten deze beschikking te vernietigen, heeft de betrokkene bereikt wat met het hoger beroep werd beoogd. Daarom heeft de betrokkene geen belang meer bij een uitspraak van het hof op het hoger beroep, voor zover gericht tegen de inleidende beschikking, zodat dit in zoverre niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
2. Het hoger beroep richt zich verder tegen de hoogte van de door de kantonrechter toegekende proceskostenvergoeding.
3. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat de kantonrechter ten onrechte met inachtneming van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: Bpb), slechts een bedrag van € 15,- heeft toegekend voor het indienen van het administratief beroepschrift, omdat dit slechts een pro forma beroepschrift was.
4. Het hof is van oordeel dat de kantonrechter de vergoeding voor het indienen van het administratief beroepschrift ten onrechte heeft gematigd tot een bedrag van € 15,-. Het hof stelt vast dat de gemachtigde van de betrokkene op 17 juli 2021 administratief beroep heeft ingesteld en in het beroepschrift heeft vermeld dat de betrokkene de gedraging ontkent. Hierbij is verzocht om een afschrift van de op de zaak betrekking hebbende stukken. Voorts heeft de gemachtigde van de betrokkene verzocht hem, na ontvangst van de stukken, een nadere termijn te verlenen voor het aanvullen van de gronden van het beroep. Bij brief van
9 maart 2021 heeft de officier van justitie de gemachtigde in de gelegenheid gesteld om de gronden tijdens het horen aan te vullen of om dit binnen vier weken na dagtekening van deze brief schriftelijk te doen. Uit het hoorverslag van 12 april 2021 blijkt dat de gemachtigde de gronden op de hoorzitting heeft aangevuld. Naar het oordeel van het hof is in het onderhavige geval geen sprake van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Bpb.
5. Het voorgaande brengt mee dat het hof de beslissing van de kantonrechter zal vernietigen, voor zover deze de toegekende proceskostenvergoeding betreft en een hoger bedrag aan proceskostenvergoeding zal vaststellen.
6. De vergoeding van kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand is in het Bpb forfaitair bepaald per proceshandeling. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift moeten in totaal drie punten worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Bpb, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen.
7. Voor het administratief beroep bedraagt de waarde per punt € 597,-. Voor het beroep op de kantonrechter en het hoger beroep bedraagt de waarde per punt € 837,-. Gelet op de aard van de zaak past het hof wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van in totaal € 1.284,75 (= 1,5 x € 597,- x 0.5 + 2 x € 837,- x 0,5).

Beslissing

Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk, voor zover gericht tegen de inleidende beschikking;
vernietigt de beslissing van de kantonrechter voor zover deze de toegekende proceskostenvergoeding betreft;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.284,75.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van Bons als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.