ECLI:NL:GHARL:2023:259

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
12 januari 2023
Publicatiedatum
12 januari 2023
Zaaknummer
Wahv 200.309.155
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 5:8 APV Heerhugowaard
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor parkeren groot voertuig in verboden gebied in Heerhugowaard

De betrokkene kreeg een boete van €100 opgelegd voor het parkeren van een voertuig langer dan 6 meter op 17 augustus 2021 in Heerhugowaard, waar dit verboden is volgens de APV. De betrokkene voerde in hoger beroep aan dat het voertuig niet ter plaatse was opgemeten en dat het Aanwijsbesluit niet in het dossier zat, waardoor de boete niet gehandhaafd kon worden.

Het gerechtshof oordeelde dat de ambtenaar het voertuig daadwerkelijk ter plaatse had opgemeten en dat het Aanwijsbesluit via openbare bronnen bekend is gemaakt en niet per se in het dossier hoeft te zijn opgenomen. Hierdoor faalden de bezwaren van de betrokkene.

Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De boete blijft daarmee van kracht.

Uitkomst: De boete van €100 voor het parkeren van een groot voertuig op een verboden plek wordt bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.309.155/01
CJIB-nummer
: 244599981
Uitspraak d.d.
: 12 januari 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordHolland van 11 maart 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 100,- voor: “zonder ontheffing parkeren van een voertuig langer dan 6 m / hoger dan 2,4 m op een plaats waar dit verboden is”. Deze gedraging zou zijn verricht op 17 augustus 2021 om 20:14 uur op de Venussingel in Heerhugowaard met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat uit de verklaring van de ambtenaar niet blijkt dat het voertuig ter plaatse is nagemeten en dus langer is dan 6 meter. De gedraging kan dus niet worden vastgesteld. Verder voert de gemachtigde aan dat het Aanwijsbesluit waarnaar de ambtenaar verwijst zich niet in het dossier bevindt, terwijl dit een op de zaak betrekking hebbend stuk betreft. Dit brengt mee dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht houdt zakelijk weergegeven in dat de ambtenaar heeft geconstateerd dat het voertuig met voormeld kenteken, dat langer is dan 6 meter, op voormelde datum, tijd en plaats binnen de bebouwde kom stond geparkeerd op een plaats waar dit is verboden.
5. In hoger beroep heeft de advocaat-generaal een aanvullend proces-verbaal d.d. 25 juli 2022 overgelegd, waarin de ambtenaar voor zover relevant het volgende verklaart:
“Op 17 augustus 2021 omstreeks 20:14 uur bevond ik mij op de Venussingel te Heerhugowaard. Ik zag dat er een voertuig met kenteken [kenteken] geparkeerd stond. Ik heb het voertuig opgemeten met een meetlint. De lengte van het voertuig is 6.20 meter.”
6. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 5:8 van Pro de Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Heerhugowaard houdende regels omtrent openbare orde en veiligheid (hierna: APV). Dit artikel luidde - voor zover relevant - ten tijde van de gedraging:
“1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan
6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan
6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte. (…)”
7. In het Aanwijsbesluit parkeren grote voertuigen van de gemeente Heerhugowaard is de bebouwde kom van de gemeente Heerhugowaard aangewezen als een plaats zoals bedoeld in artikel 5:8, eerste en tweede lid, van de APV, met uitzondering van gedeelten van industrieterrein de Zandhorst, welke gearceerd zijn weergegeven op de bij dit besluit behorende kaart.
8. Nu in hoger beroep een aanvullend proces-verbaal is overgelegd waarin de ambtenaar verklaart dat hij het voertuig ter plaatse heeft opgemeten en daarbij heeft vastgesteld dat het langer is dan 6 meter, treft de grond van de gemachtigde daaromtrent geen doel.
9. Ook de grond van de gemachtigde met betrekking tot het Aanwijsbesluit faalt. Een ieder wordt geacht de wet- en regelgeving te kennen. Het Aanwijsbesluit is op de voorgeschreven wijze bekend gemaakt en via openbaar toegankelijke bronnen te raadplegen. Het is dus niet een op te zaak betrekking hebbend stuk dat zich in het dossier moet bevinden.
10. Nu de klachten van de gemachtigde falen zal de beslissing van de kantonrechter worden bevestigd en zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.