Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
- de man verboden om zich met ingang van 20 oktober 2022 voor de duur van zes maanden te bevinden in het dorp [woonplaats2] , op straffe van een dwangsom van € 500,- voor iedere overtreding van het opgelegde verbod met een maximum van € 25.000,-,
- de man verboden om met ingang van 20 oktober 2022 voor de duur van twaalf maanden - rechtstreeks of indirect (via familie, bekenden, derden, via alle communicatiekanalen - telefonisch, per e-mail sociale media of op fysieke wijze) contact op te nemen, te zoeken of te hebben met de vrouw, op straffe van een dwangsom van € 500,- voor iedere overtreding van het opgelegde verbod met een maximum van € 25.000,-,
- de proceskosten gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
- en het bestreden vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
2.Het geding in hoger beroep
- de man met zijn advocaat, en
- de vrouw met haar advocaat.
3.De vaststaande feiten
- [de minderjarige1] , geboren [in] 2012 te [plaats1] , hierna ook: [de minderjarige1] , en
- [de minderjarige2] , geboren [in] 2014 te [plaats1] , hierna ook: [de minderjarige2] .