ECLI:NL:GHARL:2023:1951

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 maart 2023
Publicatiedatum
7 maart 2023
Zaaknummer
Wahv 200.312.632
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 RVV 1990Art. 3, tweede lid WahvArt. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking wegens onterecht gebruik puntstuk als bestuurder

De betrokkene werd een administratieve sanctie van €250 opgelegd voor het gebruik van een puntstuk als bestuurder op 1 mei 2021 in Den Haag. Zij betwistte terecht dat de markering op de weg een puntstuk was, zoals gedefinieerd in artikel 1 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).

De advocaat-generaal stelde voor de feitcode te wijzigen naar een andere overtreding, namelijk parkeren binnen vijf meter van een kruispunt. Het hof verwierp dit voorstel omdat wijziging van de feitcode na anderhalf jaar de verdedigingspositie van betrokkene zou schaden. Uit foto’s bleek dat de markering een witte driehoek was, maar niet een puntstuk zoals wettelijk bedoeld.

Het hof oordeelde dat de gedraging waarvoor de sanctie was opgelegd niet was verricht en vernietigde daarom de sanctiebeschikking en de beslissing van de kantonrechter. Tevens werd de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wegens gebruik van een puntstuk wordt vernietigd omdat de markering niet voldoet aan de wettelijke definitie.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.312.632/01
CJIB-nummer
: 241096851
Uitspraak d.d.
: 7 maart 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 21 april 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “als bestuurder een puntstuk gebruiken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 1 mei 2021 om 22:56 uur op de De Bruynestraat in 's-Gravenhage met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. Namens de betrokkene wordt onder verwijzing naar artikel 1 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) betwist dat ter plaatse een puntstuk aanwezig is.
3. De advocaat-generaal kan zich vinden in het standpunt van de gemachtigde. Onder verwijzing naar een meegestuurde foto van de situatie ter plaatse stelt de advocaat-generaal voor de feitcode te wijzigen naar: “R397A – als bestuurder een voertuig parkeren bij een kruispunt op een afstand van minder dan vijf meter daarvan”.
4. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag een vierwielig motorvoertuig, een personenauto, een puntstuk gebruiken. Ik zag namelijk genoemd voertuig geparkeerd staan op een puntstuk. Ik zag dat dit puntstuk duidelijk zichtbaar op het wegdek aangebracht was.”
6. Een puntstuk is gedefinieerd in artikel 1 van Pro het RVV 1990 als een ‘meerhoekig vlak op het wegdek, opgenomen bij splitsingen of samenvoegingen van wegen, rijstroken of rijbanen’.
7. Uit de foto’s in het dossier, met name uit de door de advocaat-generaal overgelegde foto afkomstig van Google Street View, blijkt dat het voertuig stond geparkeerd op een met witte verf gearceerde driehoek die aan de rechterkant van de rijbaan is aangebracht. Direct daarna bevindt zich een kruising in de vorm van een t-splitsing.
©2023 Google
8. De markering op het wegdek voldoet niet aan de definitie van een puntstuk. Er is sprake van een meerhoekig vlak op het wegdek, maar niet van een splitsing of samenvoeging van wegen, rijstroken of rijbanen in de zin van artikel 1, RVV 1990. De gedraging waarvoor de sanctie is opgelegd, is niet verricht.
9. Het hof zal het voorstel van de advocaat-generaal om de feitcode te wijzigen niet volgen. Nog afgezien van de vraag of kan worden vastgesteld dat de betrokkene een andere gedraging heeft begaan, is wijziging van de feitcode in dit stadium van de procedure niet meer opportuun. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de betrokkene van meet af aan gemotiveerd heeft betwist dat sprake was van een puntstuk, zonder dat de officier van justitie (of de kantonrechter) daarin aanleiding heeft gezien de inleidende beschikking te wijzigen. Gezien deze gang van zaken zou de betrokkene in haar verdedigingsbelang worden geschaad wanneer zij anderhalf jaar na dato plotseling zou worden geconfronteerd met het verwijt een geheel andere gedraging te hebben verricht.
10. Nu de gedraging niet is verricht, kan de inleidende beschikking niet in stand blijven. Het hof zal beslissen als hierna vermeld.
11. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het telefonisch horen bij de officier van justitie (0,5), het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter en het indienen van het hoger beroepschrift dienen in totaal 3,5 punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 597,- en voor het (hoger) beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1284,75 ((1,5 * 597 + 2 * 837) * 0,5).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1284,75.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.