Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond de benoeming van een mentor voor betrokkene centraal, die lijdt aan vasculaire dementie en van wie de echtgenote in 2022 is overleden. De kantonrechter had eerder een professionele mentor benoemd vanwege vermeende meningsverschillen tussen belanghebbenden over de juiste mentor.
De zoon van betrokkene was het hier niet mee eens en ging in hoger beroep, stellende dat hij zelf tot mentor benoemd moest worden. Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat de dochter en kleindochter van betrokkene de benoeming van de zoon als mentor steunen, en de professionele mentor zag geen bezwaar tegen diens benoeming.
Het hof overwoog dat de wettelijke voorkeur voor een kind als mentor geldt indien de betrokkene geen voorkeur meer kan uitspreken en de echtgenoot is overleden. Omdat er geen meningsverschillen meer waren en geen gegronde redenen om van de wettelijke voorkeur af te wijken, vernietigde het hof de eerdere beschikking en benoemde de zoon van betrokkene tot mentor met ingang van 1 april 2023. Het verzoek om de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren werd afgewezen omdat de benoeming pas op dat moment ingaat.
Uitkomst: Het hof benoemt de zoon van betrokkene tot mentor met ingang van 1 april 2023 en vernietigt de eerdere benoeming van een professionele mentor.