Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: de rechthebbende,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De kantonrechter stelde in 2015 bewind in over de goederen van de rechthebbende en benoemde [de bewindvoerder] B.V. tot bewindvoerder. De rechthebbende verzocht om ontslag van deze bewindvoerder en benoeming van een opvolger, maar dit verzoek werd in eerste aanleg afgewezen.
In hoger beroep betoogt de rechthebbende dat het vertrouwen in de bewindvoerder ernstig is geschaad, de samenwerking niet goed verloopt en dat de bewindvoerder onvoldoende bijdraagt aan haar zelfredzaamheid. De bewindvoerder en overige belanghebbenden voeren geen verweer tegen het verzoek.
Het hof oordeelt dat er gewichtige redenen zijn voor ontslag van de bewindvoerder op grond van artikel 1:448 lid 2 BW Pro. Het vertrouwen is ernstig geschaad, waardoor een goede samenwerking niet meer mogelijk is. Het hof vernietigt de bestreden beschikking, ontslaat de huidige bewindvoerder en benoemt de voorgestelde opvolger met ingang van 1 april 2023, zodat een zorgvuldige overdracht kan plaatsvinden.
Uitkomst: Het hof verleent ontslag aan de huidige bewindvoerder en benoemt een opvolgend bewindvoerder met ingang van 1 april 2023.