Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Stichting Jeugdbescherming Overijssel,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft het hoger beroep tegen de beschikking van de kinderrechter die twee minderjarige kinderen onder toezicht stelde van een gecertificeerde instelling vanwege ernstige bedreiging van hun ontwikkeling. De moeder, die het gezag over de kinderen heeft, betwistte de ondertoezichtstelling en verzocht om vernietiging van de beschikking en beëindiging van de maatregel.
Het hof overweegt dat de wettelijke vereisten van artikel 1:255 lid 1 BW Pro zijn vervuld. De kinderen zijn sinds de coronapandemie niet naar school gegaan, wat samen met andere zorgen over hun cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling aanleiding gaf tot ingrijpen. De moeder werkte niet vrijwillig mee aan hulpverlening en ontving de betrokken instanties niet, waardoor de veiligheid en ontwikkeling van de kinderen ernstig werden bedreigd.
De kinderen werden tijdelijk uithuisgeplaatst in een netwerkpleeggezin. Inmiddels gaat een van de kinderen weer naar school, terwijl voor de ander nog een passende school gezocht wordt. Het hof acht het noodzakelijk dat de ondertoezichtstelling voortduurt om verdere ontwikkeling en onderzoek mogelijk te maken. De bestreden beschikkingen worden daarom bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling van de minderjarige kinderen wegens ernstige bedreiging van hun ontwikkeling.