Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Onderwerp
2.Belangrijke informatie
3.De beslissing van de kinderrechter
4.Het hoger beroep
5.De rechtszaak bij het hof
- een vertegenwoordiger van de raad;
- de ouders, beiden zonder hun advocaat.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De raad voor de kinderbescherming verzocht de kinderrechter om een minderjarige onder toezicht te stellen en een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen vanwege ernstige zorgen over diens ontwikkeling en vermoedens van kindermishandeling. De kinderrechter wees dit verzoek af. De raad ging in hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Het hof stelde vast dat de minderjarige ernstige lichamelijke letsels had opgelopen die pasten bij toegebracht letsel, waaronder bloeduitstortingen en gebroken ribben, zonder dat de ouders hiervoor een sluitende verklaring konden geven. De hechtingsrelatie tussen de minderjarige en ouders was tijdelijk verbroken door voorlopige hechtenis van de ouders, en de ouders verkeerden in een stressvolle situatie. Het hof vond dat er grote zorgen waren over de ontwikkeling van het kind.
Het hof oordeelde dat de hulpverlening in het vrijwillig kader onvoldoende was en dat een gecertificeerde instelling nodig was om de veiligheid van het kind te waarborgen, de hulpverlening te coördineren en een plan voor gezinshereniging te maken. Daarom werd de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing bij de oma toegewezen. De beschikking van de kinderrechter werd vernietigd en de beslissing werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de raad tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige toe en vernietigt de beschikking van de kinderrechter.