Uitspraak
verzoeker,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In een strafrechtelijke procedure bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen raadsheer De Witt, wegens vermeende schending van het recht op een eerlijk proces. Verzoeker had eerder twee verzoeken tot uitstel van de zitting ingediend, die beide werden afgewezen. Na deze afwijzingen diende verzoeker het wrakingsverzoek in.
De raadsheer berustte niet in de wraking en zag geen aanleiding om zich te laten horen door de wrakingskamer. De wrakingskamer heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld aan de hand van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, waarbij het uitgangspunt is dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn.
De wrakingskamer overwoog dat het wrakingsmiddel niet gebruikt kan worden als verkapt middel tegen onwelgevallige procesbeslissingen en dat er geen feiten of omstandigheden waren die objectief een schijn van vooringenomenheid wekten. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen. Tevens werd het verzoek tot proceskostenveroordeling afgewezen omdat het wrakingsverzoek geen steun vond in het recht en er geen verplichte procesvertegenwoordiging geldt in deze strafrechtelijke wrakingsprocedure.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen raadsheer De Witt is afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.