Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 2014 gehuwd en hebben twee kinderen, geboren in 2016 en 2020. Na hun echtscheiding is de vader niet meer actief betrokken bij de kinderen en komt hij de contactregeling niet na. De moeder verzocht de rechtbank om het hoofdverblijf van de kinderen bij haar te bepalen, haar het eenhoofdig gezag toe te wijzen en het ouderschapsplan aan de beschikking te hechten, maar deze verzoeken werden afgewezen.
In hoger beroep bevestigde het hof dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft omdat de kinderen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben. De vader was afwezig bij de zittingen en voerde geen verweer tegen de verzoeken van de moeder. Het hof stelde vast dat de vader zijn toestemming voor belangrijke beslissingen, zoals medisch onderzoek en schoolkeuze, introk en pas na tussenkomst toestemming gaf, wat de moeder belemmerde in haar gezagsuitoefening.
Het hof oordeelde dat het in het belang van de kinderen is dat de moeder voortaan alleen het gezag uitoefent, omdat gezamenlijke besluitvorming door de afwezige vader niet effectief is. Het hoofdverblijf van de kinderen blijft bij de gezaghebbende ouder, de moeder. Tevens werd het ouderschapsplan, dat door beide ouders was ondertekend, aan de beschikking gehecht. De bestreden beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het eenhoofdig gezag aan de moeder toegewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de moeder toe en belast haar met het eenhoofdig gezag over de kinderen.