Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2023:1324

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
14 februari 2023
Publicatiedatum
14 februari 2023
Zaaknummer
200.314.224
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging gezamenlijk gezag en toewijzing ouderlijk gezag aan vader in belang van minderjarige kinderen

De moeder en vader zijn de ouders van twee minderjarige kinderen geboren in 2007 en 2008. De rechtbank had bij beschikking van 6 mei 2022 het gezamenlijk gezag beëindigd en het gezag aan de vader toegekend. De moeder ging hiertegen in hoger beroep.

Het hof oordeelt dat het gezamenlijk gezag beëindigd moet worden omdat de ouders niet in staat zijn gezamenlijk uitvoering te geven aan het gezag. Er is sprake van conflicten over opvoedingskwesties, zoals het blowen van de kinderen, waarbij de ouders lijnrecht tegenover elkaar staan. De kinderen ervaren hierdoor te weinig structuur en veiligheid, wat hun gedrag negatief beïnvloedt.

De kinderen wonen bij de vader, die sinds de beschikking meer rust en structuur biedt en met professionele hulp werkt aan verbetering van de situatie. De moeder kampt met problemen zoals vermoedelijk middelengebruik en politie-inmenging vanwege drugsgebruik door minderjarigen in haar woning, waardoor omgang alleen buiten de woning plaatsvindt.

Het hof concludeert dat de kinderen klem en verloren zijn geraakt tussen de ouders en dat het in hun belang is dat het gezag aan één ouder wordt toegekend. De vader is de meest stabiele ouder en sinds zijn alleenouderschap is de noodzakelijke hulpverlening op gang gekomen met positieve effecten. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank en wijst het beroep van de moeder af.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezamenlijk gezag en kent het ouderlijk gezag toe aan de vader.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.314.224
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 520381)
beschikking van 14 februari 2023
inzake
[verzoekster],
wonende te [woonplaats1] ,
verzoekster in hoger beroep,
verder te noemen: de moeder,
advocaat: mr. G.R. Dorhout-Tielken te Soest,
en
[verweerder],
wonende te [woonplaats1] ,
verweerder in hoger beroep,
verder te noemen: de vader,
advocaat: mr. W.A. Breddels te Zeist.
Als belanghebbende is aangemerkt:
de gecertificeerde instelling
Stichting Samen Veilig Midden-Nederland,
gevestigd te Utrecht,
verder te noemen: de GI.

1.1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de rechtbank Midden-Nederland, locatie [plaats1] , van 9 juli 2021 en 6 mei 2022, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. De beschikking van 6 mei 2022 wordt hierna ook wel genoemd: de bestreden beschikking.

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met producties ingekomen op 5 augustus 2022;
- het verweerschrift met productie.
2.2
De minderjarigen [de minderjarige1] en [de minderjarige2] zijn in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken met betrekking tot het verzoek, maar hebben daarvan geen gebruik gemaakt.
2.3
De mondelinge behandeling heeft op 17 januari 2023 plaatsgevonden. Aanwezig waren:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- twee vertegenwoordigers van de GI;
- een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad).

3.De feiten

3.1
De vader en de moeder hebben een relatie met elkaar gehad.
3.2
Zij zijn de ouders van:
- [de minderjarige1] , geboren [in] 2007 te [plaats1] ,
- [de minderjarige2] , geboren [in] 2008 te [plaats1] ,
Sinds de bestreden beschikking oefent de vader alleen het ouderlijk gezag over hen uit.
3.3
Bij beschikking van 7 april 2021 heeft de kinderrechter de kinderen onder toezicht gesteld voor de termijn van een jaar, welke termijn bij beschikking van 1 april 2022 is verlengd tot 7 april 2023.

4.De omvang van het geschil

4.1
Bij de bestreden – uitvoervaar bij voorraad verklaarde - beschikking is het gezag van de moeder over de kinderen beëindigd en bepaald dat de vader alleen het ouderlijk gezag over de kinderen heeft.
4.2
De moeder is met drie grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. De moeder verzoekt het hof, voor zover mogelijk uitvoervaar bij voorraad, de bestreden beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende het verzoek van de vader tot beëindiging van het gezag van de moeder af te wijzen.
4.3
De vader voert verweer en vraagt het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen en het verzoek van de moeder af te wijzen.

5.De motivering van de beslissing

5.1
Ingevolge artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of van een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen als nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing op grond waarvan het gezamenlijk gezag is ontstaan van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechter kan dan bepalen dat het gezag over een kind aan één van hen toekomt indien:
a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of b. wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
5.2
Het hof is evenals de rechtbank van oordeel dat het beëindigen van het gezamenlijk gezag in het belang van de kinderen noodzakelijk is en dat de vader alleen het ouderlijk gezag over de kinderen zal hebben. Het hof overweegt daartoe als volgt.
5.3
De ouders zijn niet in staat gebleken gezamenlijk uitvoering te geven aan het gezag. Er is geen enkele vorm van afstemming tussen hen als het gaat om de opvoeding van de jongens, integendeel zij staan lijnrecht tegenover elkaar als belangrijke beslissingen moeten worden genomen of gedrag moet worden aangepakt. Zo staat de vader niet toe dat er wordt geblowd, terwijl de moeder dit wel goed vindt en zelfs faciliteert in haar woning. Uit het verslag van het Groot Overleg van 4 september 2022 blijkt dat de jongens door de lange strijd tussen de ouders te weinig structuur en duidelijkheid hebben gekregen. Ze hebben niet het gevoel ergens een vaste, veilige en liefdevolle basis te hebben. Dit heeft er toe geleid dat zij hun eigen gang gaan en moeilijk zijn aan te sturen. Zij blowen en op school gaat het niet goed. Er is volgens het Groot Overleg dringend hulpverlening voor hen nodig.
5.4
De jongens wonen bij hun vader. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vader laten weten dat er sinds de bestreden beschikking meer rust is en dat hij met professionele hulp, zowel voor hem zelf als voor de jongens, werkt aan het verbeteren van de band met hen. Daarbij wordt ook in kaart gebracht wat de jongens zoal doen, waar ze zich in de regel bevinden en met wie ze omgaan.
Ten aanzien van de moeder zijn de zorgen sinds de bestreden beschikking verder toegenomen. Er is onduidelijkheid over haar middelengebruik. In november 2022 is de politie het huis van de moeder binnengetreden en heeft vastgesteld dat daar gelegenheid werd gegeven aan minderjarigen om drugs te gebruiken. Als gevolg hiervan mogen de jongens niet meer bij de moeder thuis komen en vindt de omgang met haar alleen buiten plaats. Hiernaast heeft de moeder een brief van de burgemeester ontvangen waarin de mogelijke sluiting van haar huis wordt aangekondigd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de moeder weinig duidelijkheid hierover kunnen geven en ook niet wat dit betekent voor haar toekomstige woonsituatie.
5.5
Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de kinderen klem en verloren zijn geraakt tussen de ouders en het niet te verwachten is dat hier binnen afzienbare tijd verbetering in komt. Het is in hun belang dat voor hen duidelijk is wie de beslissingen neemt en dat daar ook naar wordt gehandeld. De vader is voor de kinderen op dit moment de meest stabiele ouder. Sinds hij het gezag alleen uitoefent is de dringend noodzakelijke hulpverlening ook daadwerkelijk van de grond gekomen en heeft dit al enig positief effect gehad. Er is meer grip op de jongens en het gaat beter op school.
5.6
Op grond van het hiervoor overwogen zal het hof het verzoek van de moeder afwijzen en de bestreden beschikking bekrachtigen.

6.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 6 mei 2022;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. K.A.M. van Os-ten Have, P.B. Kamminga en R. Krijger, bijgestaan door M.A. Mertens als griffier, en is op 14 februari 2023 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.