ECLI:NL:GHARL:2023:1238

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 februari 2023
Publicatiedatum
13 februari 2023
Zaaknummer
Wahv 200.310.502
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor parkeren quad op trottoir ondanks gedoogbeleid motoren en scootmobielen

De betrokkene kreeg een sanctie van €100 opgelegd voor het parkeren van een quad op het trottoir in Amsterdam. De betrokkene erkende dat het voertuig op het trottoir stond, maar voerde aan dat de gemeente Amsterdam een gedoogbeleid hanteert voor motoren, canta’s en scootmobielen, en dat dit beleid ook op quads zou moeten worden toegepast vanwege gelijkenissen tussen de voertuigen.

Het hof stelde vast dat de gedraging had plaatsgevonden en beoordeelde vervolgens of matiging van de sanctie op grond van het gedoogbeleid gerechtvaardigd was. Uit de overgelegde informatie bleek dat quads niet onder het gedoogbeleid vallen en dat het parkeren van quads op het trottoir niet is toegestaan.

De enkele gelijkenis tussen quads en de voertuigen waarvoor het gedoogbeleid geldt, was onvoldoende reden om de sanctie te matigen. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: De boete van €100 voor het parkeren van een quad op het trottoir wordt bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.310.502/01
CJIB-nummer
: 240632965
Uitspraak d.d.
: 13 februari 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 7 april 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 100,- voor: “stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 9 april 2021 om 19:17 uur op de Stadhouderskade ter hoogte van 59 in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene erkent dat het voertuig van de betrokkene (een quad) op het trottoir stond, maar voert aan dat de gemeente Amsterdam een aantal uitzonderingen hanteert op het bepaalde in artikel 10 van Pro Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Zo mogen motoren, canta’s en scootmobielen wel op het trottoir staan. Aldus geldt ten aanzien van deze voertuigsoorten een gedoogbeleid voor het parkeren op het trottoir. Ter onderbouwing heeft de gemachtigde eerder in de procedure een screenshot overgelegd van de website van de gemeente Amsterdam. Het is volstrekt willekeurig om dit beleid niet ook toe te passen op quads. De achterliggende gedachte achter dit beleid is namelijk dat parkeerplaatsen in de stad schaars zijn en kleine voertuigen op het trottoir kunnen staan als zij geen overlast veroorzaken. Gelet op de gelijkenissen tussen een quad en de voertuigen die wel op het trottoir mogen staan, dient het bedrag van de sanctie te worden gematigd.
3. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat wordt erkend dat het voertuig van de betrokkene op het trottoir stond, staat vast dat de gedraging is verricht. Gelet op hetgeen is aangevoerd dient het hof te beoordelen of er aanleiding is om het bedrag van de sanctie te matigen.
4. Het hof ziet daartoe geen aanleiding. Uit de door de gemachtigde overgelegde informatie op de website van de gemeente Amsterdam blijkt dat ten aanzien van motoren, canta’s en scootmobielen het parkeren op het trottoir wordt gedoogd. De gemeente heeft quads niet in dit beleid opgenomen. Het parkeren van een quad op het trottoir is dus niet toegestaan. De enkele omstandigheid dat er gelijkenissen zijn tussen een quad en de voertuigen die wel op het trottoir mogen staan - wat daar verder ook van zij - maakt niet dat het bedrag van de sanctie in dit geval moet worden gematigd.
5. De aangevoerde grond treft geen doel. De beslissing van de kantonrechter zal dan ook worden bevestigd. Voor het toekennen van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.