ECLI:NL:GHARL:2023:10896

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
22 december 2023
Publicatiedatum
22 december 2023
Zaaknummer
Wahv 200.328.772
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 2 lid 3 Besluit proceskosten bestuursrechtArt. 11 Wahv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking wegens onduidelijke motivering staandehouding bestuurder

De betrokkene kreeg een sanctie van €150 opgelegd voor het rijden in strijd met een geslotenverklaring op 4 november 2021 in Schiedam. De gemachtigde voerde aan dat ten onrechte op kenteken is bekeurd, omdat de ambtenaar tegenstrijdige verklaringen gaf over het niet staande houden van de bestuurder.

Het hof constateert dat in het zaakoverzicht staat dat de ambtenaar in een onherkenbaar voertuig reed en de bestuurder op de overtreding wees, terwijl in het aanvullend proces-verbaal wordt verklaard dat geen staandehouding mogelijk was omdat de betrokkene zich rijdend verplaatste, wat duidt op een afstandswaarneming. Deze tegenstrijdigheid is niet nader toegelicht.

Volgens artikel 5 Wahv Pro moet de bestuurder worden staande gehouden om zijn identiteit vast te stellen, tenzij dit niet mogelijk is. Door het ontbreken van een heldere motivering kan het hof niet vaststellen of terecht is afgeweken van dit uitgangspunt. Daarom vernietigt het hof de sanctiebeschikking en veroordeelt de advocaat-generaal tot vergoeding van proceskosten aan de betrokkene.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd wegens onvoldoende en tegenstrijdige motivering van het niet staande houden van de bestuurder.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.328.772/01
CJIB-nummer
: 245534639
Uitspraak d.d.
: 22 december 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 6 juni 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd
van € 150,- voor: “handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV 1990, eenrichtingsverkeer)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 4 november 2021 om 09:26 uur op de Buitenhavenweg in Schiedam met het voertuig met kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat in deze zaak ten onrechte op kenteken is bekeurd. De gemachtigde wijst er in dat verband op dat de verklaring van de ambtenaar in het zaakoverzicht niet strookt met de verklaring van deze ambtenaar in het aanvullend proces-verbaal. In het zaakoverzicht wordt aangegeven dat de bestuurder van het betreffende voertuig is gewezen op de overtreding en dat de ambtenaar zelf in een onherkenbaar (dienst)voertuig reed, terwijl in het aanvullend proces-verbaal wordt verklaard dat geen staandehouding kon plaatsvinden omdat de betrokkene zich rijdend verplaatste, hetgeen heeft geleid tot een afstandswaarneming. De gemachtigde stelt zich op het standpunt dat de kantonrechter dit niet heeft onderkend en ten onrechte waarde heeft gehecht tegenstrijdige en onduidelijke verklaring van de ambtenaar.
3. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt zodat aan hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
4. In het zaakoverzicht staat - voor zover hier van belang - het volgende vermeld:
“Persoon reed tegen de richting in vanaf de Buitenhavenweg. Vanuit de auto wees ik de bestuurder op het verbodsbord. Ik reed in een onherkenbaar voertuig. De gedraging vond plaats binnen de bebouwde kom.”
5. Daarnaast bevat het dossier een (aanvullend) proces-verbaal van 13 december 2021. Hierin verklaart de ambtenaren - zakelijk weergegeven - onder meer het volgende:
Op 4 november 2021 bevond ik mij in uniform gekleed op de Buitenhavenweg in Schiedam. Het voertuig verplaatste zich vanaf de Buitenhavenweg in de richting van de Koemarkt. Omdat de betrokkene zich rijdend verplaatste, was ik niet in de gelegenheid om de bestuurder van het voertuig staande te houden. Dit resulteerde in een afstandswaarneming.
6. Naar het oordeel van het hof is - anders dan de advocaat-generaal stelt - de door de ambtenaar in het zaakoverzicht en het aanvullende proces-verbaal gegeven reden om niet tot een staandehouding van de bestuurder over te gaan zonder nadere motivering niet met elkaar in overeenstemming te brengen. Uit het zaakoverzicht blijkt ondubbelzinnig dat de ambtenaar zich in een voertuig bevond ten tijde van het vaststellen van de gedraging, terwijl de door de ambtenaar gekozen bewoordingen in het (aanvullend) proces-verbaal - minst genomen - voeding geven aan de gedachte dat de ambtenaar te voet ter plaatse was. Bij het ontbreken van enige uitleg ter opheldering van deze discrepantie kan het hof niet vaststellen of in dit geval terecht en op goede gronden is afgeweken van het in artikel 5 van Pro de Wahv besloten uitgangspunt. Het hof zal hieraan de consequentie verbinden dat de beschikking, waarbij de sanctie aan de betrokkene als kentekenhouder is opgelegd, wordt vernietigd.
7. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter, het verschijnen ter zitting van de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal 4 punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 597,- en voor het (hoger) beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.703,25 (= (1,5 x € 597,- x 0,5) + (3 x € 837,- x 0,5)).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.703,25.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.