ECLI:NL:GHARL:2023:10524

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
12 december 2023
Publicatiedatum
12 december 2023
Zaaknummer
Wahv 200.324.940/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wahv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor snelheidsovertreding met correcte radaropstelling bij éénmanscontrole

De betrokkene werd beboet voor het rijden met 24 km per uur te hard binnen de bebouwde kom op 24 januari 2022. De kantonrechter wees het beroep van de betrokkene tegen deze boete af. In hoger beroep stelde de gemachtigde dat de radaropstelling niet voldeed aan de vereiste vrije ruimte volgens de werkinstructie MultaRadar CT, en dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was.

Het hof oordeelde dat de radarapparatuur volgens een verkeersspecialist correct was opgesteld, waarbij de vereiste vrije ruimte anders wordt berekend dan door de gemachtigde gesteld. De aanwezigheid van een geparkeerd voertuig nabij de radar had geen invloed op de meting, aangezien bij obstructie geen meting mogelijk is en er een foto van de overtreding is gemaakt.

Verder werd vastgesteld dat de controle een éénmanscontrole betrof, waardoor geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder bestond. Dit rechtvaardigt het opleggen van de sanctie aan de kentekenhouder. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: De boete voor de snelheidsovertreding wordt bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.324.940/01
CJIB-nummer
: 247170943
Uitspraak d.d.
: 12 december 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordHolland van 24 februari 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 251,- voor: “24 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom”. Deze gedraging zou zijn verricht op 24 januari 2022 om 08.45 uur op de (N250 Binnenhaven) t.h.v. perceel 132 in Den Helder met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de radaropstelling is opgesteld in strijd met de handleiding voor de MultaRadar CT (het hof begrijpt: de Werkinstructie MultaRadar CT). Op de foto van de gedraging is te zien dat er een voertuig geparkeerd staat deels voor de radaropstelling, dan wel kort op de radaropstelling. Dit brengt mee dat zich een obstakel binnen de radarbundel bevindt en daarnaast dat niet is voldaan aan de “vrije ruimte” zoals genoemd in paragraaf 3.1.2 van de werkinstructie. Daarin is namelijk bepaald dat voor elke meter dat het systeem uit de wegkant staat, men 7,5 meter vrije ruimte dient te hebben; bij 2,0 meter dient de vrije ruimte dus 15,0 meter te zijn.
3. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. Het zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
"De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting getest, goedgekeurd en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel.
Gemeten (afgelezen) snelheid: 77 km per uur
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 74 km per uur
Toegestane snelheid: 50 km per uur
Overschrijding met: 24 km per uur (…)
Soort snelheidsmeetmiddel: radar
Merk: Jenoptik
Type: MultaRadar CT."
5. In het dossier bevindt zich een foto van de gedraging. Hoewel deze foto vrij donker is, is hierop de voorzijde van het voertuig met het kenteken [kenteken] te zien. Het voertuig bevindt zich in het midden van de foto. Op de foto zijn twee (gele) verticale lijnen weergegeven die het beoordelingsgebied bepalen. De kentekenplaat van voornoemd voertuig bevindt zich voor een deel binnen dit gebied. Op de voorgrond, aan de (uiterste) linkerzijde van de foto, is vaag de voorruit van een ander voertuig zichtbaar. De gegevens in de databalk van de foto komen overeen met de gegevens in het zaakoverzicht.
6. Het hof overweegt dat, als er bij een meting met de MultaRadar CT een foto is geproduceerd waarop een meetresultaat (gemeten snelheid) is vermeld, kan worden aangenomen dat er een correcte meting heeft plaatsgevonden en dat de gemeten snelheid juist is (vgl. overweging 8. van het arrest van 12 maart 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:2266). Niet aannemelijk is dat het op de voorgrond aanwezige (geparkeerde) voertuig de meting heeft beïnvloed. Het is het hof namelijk ambtshalve bekend dat als er sprake is van een situatie waarbij de radarbundel op de voorgrond wordt gehinderd door een obstakel, er geen meting kan plaatsvinden. Nu er een foto van de gedraging is gemaakt, is van enige obstructie geen sprake.
7. De gemachtigde stelt dat het voertuig dusdanig kort op de radar stond dat niet is voldaan aan de “vrije ruimte”, meer in het bijzonder de vuistregel dat voor elke meter dat de radarsensor uit de kant van de weg staat men 7,50 meter vrije ruimte dient te hebben. De advocaat-generaal heeft in hoger beroep een e-mailwisseling met de heer [naam1] , werkzaam als verkeersspecialist bij de politie Midden-Nederland, en tevens als docent aan de Politieacademie, overgelegd. Gelet op de door de heer [naam1] verstrekte informatie luidt die vuistregel anders, namelijk moet voor het uitrichten van de apparatuur 10 meter vrije ruimte voor de radarsensor worden aangehouden en voor elke meter die de radarsensor van de rijbaan staat, moet 1 meter extra worden toegevoegd. Dit brengt mee dat de grond van de gemachtigde geen doel treft. Het hof ziet geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar dat de snelheid gemeten is met behulp van een op de voorgeschreven wijze gebruikt meetmiddel.
8. In hoger beroep voert de gemachtigde verder aan dat constatering van een gedraging middels een mobiele radar nog niet maakt dat er nooit een reële mogelijkheid tot staandehouding bestaat. De gemachtigde stelt zich op het standpunt dat onduidelijk is of er nog een andere ambtenaar aanwezig was die een staandehouding had kunnen uitvoeren.
9. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt zodat aan hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
10. In het zaakoverzicht is het volgende vermeld:
"Doordat de overtreding met een mobiele radar is geconstateerd bestond er geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder. Daarom is op kenteken bekeurd."
11. Het dossier bevat een proces-verbaal van 11 april 2022, waarin de ambtenaar het volgende verklaart:
“Ik (…) was op maandag 24 januari 2022 van 08.33 tot 11.33 uur tijdens een radarsnelheidscontrole van het team verkeer (…) belast met de radarapparatuur snelheidscontrole te houden binnen de bebouwde kom van de gemeente Den Helder, N250 Binnenhaven ter hoogte van perceel 130 (het hof begrijpt: 132).”
12. Bij dit proces-verbaal is de werkopdracht gevoegd. Op dit formulier is alleen de code van de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd vermeld; een code van een tweede ambtenaar of een projectcode is niet vermeld.
13. Verder bevindt zich in het dossier een proces-verbaal van 27 juni 2023. Hierin wordt onder meer het volgende verklaart:
“Collega (…) is in verband met pensionering niet meer werkzaam bij de politie. De overtreding werd door (…) met een mobiele radar geconstateerd. Er bestond geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder omdat het een eenmanscontrole betrof. Bij de controle was alleen de bedienaar van de mobiele radar aanwezig. Daarom is op kenteken bekeurd.”
14. Het hof ziet in wat de gemachtigde aanvoert geen reden om te twijfelen aan de aanvullende verklaring dat er sprake was van een éénmanscontrole. Dat deze informatie is verstrekt door een collega van de ambtenaar die de snelheidscontrole heeft uitgevoerd, geeft het hof geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van die verklaring. Uit de door de (verbaliserende) ambtenaar op 24 januari 2022 ingevulde werkopdracht blijkt ook dat ten tijde van de controle geen andere ambtenaren aanwezig waren. Nu sprake was van een éénmanscontrole, bestond in dit geval geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder van het voertuig. De sanctie is dan ook terecht aan de betrokkene als kentekenhouder opgelegd.
15. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.