ECLI:NL:GHARL:2023:1019

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
6 februari 2023
Publicatiedatum
6 februari 2023
Zaaknummer
Wahv 200.309.085/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WahvArt. 3 Besluit proceskosten bestuursrechtArt. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking parkeren zonder geactiveerde vergunning

De betrokkene kreeg een sanctie van €95,- opgelegd voor parkeren op een vergunninghoudersplaats zonder een geldige vergunning. De fysieke bewonersvergunning was per 1 januari 2020 gedigitaliseerd en gekoppeld aan één kenteken, dat automatisch geactiveerd zou worden zonder dat de vergunninghouder actie hoefde te ondernemen.

Op de dag van de overtreding was de digitale vergunning echter niet geactiveerd. Hoewel dit feit vaststaat, is niet duidelijk geworden waarom de automatische activatie niet heeft plaatsgevonden. Er is een vermoeden dat de betrokkene de vergunning per abuis op inactief heeft gezet bij het aanvragen van een bezoekersvergunning, maar ook een technische oorzaak is niet uitgesloten.

Het hof oordeelt dat het opleggen van een sanctie onder deze omstandigheden niet billijk is volgens artikel 9, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wahv. Daarom vernietigt het hof de beslissing van de kantonrechter en de sanctiebeschikking van de officier van justitie en gelast restitutie van het bedrag.

De proceskosten worden vergoed aan de betrokkene, waarbij rekening is gehouden met de samenhang van deze zaak met een andere zaak en de aard van het geschil. Het arrest is gewezen door mr. Wijma en op een openbare zitting uitgesproken.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd en het betaalde bedrag gerestitueerd wegens onduidelijkheid over de activatie van de digitale vergunning.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.309.085/01
CJIB-nummer
: 232721390
Uitspraak d.d.
: 6 februari 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank MiddenNederland van 21 februari 2022, betreffende

[de betrokkene ] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

Het tussenarrest

De inhoud van het tussenarrest van 2 november 2022 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

Op 14 november 2022 is aanvullende informatie ontvangen van de advocaat-generaal.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren maar heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Gelet op wat in het tussenarrest is overwogen, zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen. Ter beoordeling van het hof staat het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie.
2. Zoals in het tussenarrest is vermeld, is aan de betrokkene als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “parkeren op parkeerplaats vergunninghouders (bord E9) zonder vergunning voor dat voertuig (feitcode R391i)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 16 maart 2020 om 15:08 uur op de locatie Boldershof in Amersfoort met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
3. Het hof stelt gelet op de informatie in het dossier vast dat de betrokkene over een op schrift gestelde, fysieke, bewonersvergunning beschikte die hij achter de voorruit van zijn voertuig diende te plaatsen. Op 1 januari 2020 is het vergunningensysteem in de gemeente Amersfoort gedigitaliseerd en is de fysieke vergunning omgezet naar een digitale vergunning. Uit de brief van december 2019 die door de advocaat-generaal in reactie op het tussenarrest van het hof is ingebracht, volgt dat per 1 januari 2020 de fysieke vergunning niet meer achter de voorruit behoeft te worden geplaatst. Verder volgt uit de brief dat de vergunninghouder geen actie behoeft te ondernemen wanneer er, zoals bij de betrokkene het geval is, maar één kenteken op de bewonersvergunning staat vermeld. De vergunning wordt dan automatisch gedigitaliseerd. Verder volgt uit de brief dat alleen bij het gebruik van meerdere kentekens op een bewonersvergunning er in het ParkStart systeem ingelogd dient te worden en dat in dat geval één van de kentekens moet worden geactiveerd.
4. Het hof stelt verder vast dat de bewonersvergunning van de betrokkene op 16 maart 2020 niet was geactiveerd, hetgeen overigens ook niet wordt weersproken. Naar het oordeel van het hof is de onderhavige gedraging komen vast te staan, nu de vergunning op de pleegdatum niet was geactiveerd, zodat zonder vergunning is geparkeerd. Het enkele gegeven dat de gedraging is verricht, betekent op zichzelf echter niet dat een sanctie moet worden opgelegd. Uit artikel 9, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wahv volgt dat geen sanctie mag worden opgelegd indien dat, gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht, niet billijk is.
5. Het is het hof niet duidelijk geworden waarom de bewonersvergunning van de betrokkene op de pleegdatum niet (automatisch) was geactiveerd. Er is een vermoeden aangedragen, namelijk dat de betrokkene de bewonersvergunning abusievelijk op inactief heeft gezet bij het aanmelden van de bezoekersvergunning, maar niet valt uit de sluiten dat het, gelet ook op hetgeen door de gemachtigde ter zitting bij het hof is aangedragen, een technische oorzaak is geweest waar de betrokkene geen invloed op had. Het hof acht onder de hiervoor geschetste omstandigheden oplegging van de sanctie niet billijk.
6. Gelet op het hiervoor overwogene zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen, het beroep gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie evenals de inleidende beschikking vernietigen. Het tot zekerheid gestelde bedrag moet worden gerestitueerd.
7. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Het hof stelt vast dat deze zaak en de zaak met registratienummer Wahv 200.311.085/01, waarin het hof bij arrest van heden eveneens beslist, samenhangende zaken zijn in de zin van artikel 3 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht. De factor in verband met samenhangende zaken bedraagt één gelet op het aantal zaken. Het hof stelt vast dat de betrokkene zelf administratief beroep heeft ingesteld. Aan het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter, het hoger beroepschrift, het verschijnen ter zitting bij de kantonrechter op 3 maart 2022 en het verschijnen ter zitting bij het hof dienen in totaal vier punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het (hoger) beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.674,- (= 4 x € 837,- x 0,5 x 1).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.674,-.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.