Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2023:10146

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 november 2023
Publicatiedatum
28 november 2023
Zaaknummer
200.325.725/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging gebieds- en contactverbod na overtreding gedragsaanwijzing

Partijen hebben een affectieve relatie gehad waaruit twee minderjarige kinderen zijn geboren. Appellant erkent de kinderen, geïntimeerde oefent het gezag uit. Op 11 februari 2023 is een gedragsaanwijzing opgelegd aan appellant met een gebieds- en contactverbod.

De voorzieningenrechter heeft op 10 maart 2023 een gebieds- en contactverbod opgelegd voor zes maanden, met dwangsommen bij overtreding. Appellant is tegen dit vonnis in hoger beroep gegaan met het verzoek het verbod te laten vervallen.

Het hof oordeelt dat geïntimeerde een spoedeisend belang heeft bij het verbod en bevestigt dat appellant zich herhaaldelijk niet aan de gedragsaanwijzing heeft gehouden, onder meer door contact via social media en het overtreden van het gebiedsverbod, waarvoor hij zelfs is aangehouden.

Het hof sluit zich aan bij de motivering van de voorzieningenrechter en wijst het hoger beroep af. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten vanwege de aard van de zaak.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het gebieds- en contactverbod en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden, afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.325.725/01
zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 220678
arrest van 28 november 2023
in de zaak van
[appellant],
die woont in [woonplaats1] ,
appellant,
bij de rechtbank: gedaagde in conventie en eiser in reconventie,
hierna:
[appellant],
advocaat: mr. M. Schlepers, die kantoor houdt te Groningen,
tegen
[geïntimeerde],
die woont in [woonplaats1] ,
geïntimeerde,
bij de rechtbank: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,
hierna:
[geïntimeerde],
advocaat: mr. A. Mulder, die kantoor houdt te Groningen.

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1
[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis in het kort geding dat de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, op 10 maart 2023 tussen partijen heeft uitgesproken. Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 27 maart 2023;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord.
1.2
Vervolgens heeft [appellant] de stukken voor het wijzen van het arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2.De kern van de zaak en de feiten

2.1
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
2.2
Uit deze relatie zijn geboren:
- [de minderjarige1] , [in] 2013;
- [de minderjarige2] , [in] 2017.
2.3
[appellant] heeft [de minderjarige1] en [de minderjarige2] erkend. [geïntimeerde] oefent het gezag over hen uit.
2.4
Op 11 februari 2023 is namens de officier van justitie aan [appellant] een gedragsaanwijzing uitgereikt waarbij is bevolen dat [appellant] zich niet mag ophouden in/op [woonplaats1] , in het gebied dat begrensd wordt door de straten [adres1] , [adres2] , [adres3] en [adres4] , en zich dient te onthouden van ieder direct en indirect contact met [geïntimeerde] . Verder is in de gedragsaanwijzing opgenomen dat van het gebieds- en contactverbod kan worden afgeweken ten behoeve van het maken van afspraken in het kader van hulpverlening, na nadrukkelijke schriftelijke toestemming door een medewerker van Veilig Thuis. Het contact vindt in dat geval enkel plaats onder begeleiding dan wel regie van Veilig Thuis. Ook is bepaald dat contacten over de omgang met de kinderen alleen plaatsvinden via de advocaten van partijen. De gedragsaanwijzing is van kracht gedurende een periode van negentig dagen en geldt tot 11 mei 2023, tenzij binnen die termijn een onherroepelijke afdoening heeft plaatsgevonden van de daarmee samenhangende strafzaak.
2.5
In het vonnis van 10 maart 2023 heeft de voorzieningenrechter:
- [appellant] verboden vanaf de datum van betekening van het vonnis voor de duur van zes maanden zich te begeven naar en/of zich te bevinden in de gehele [adres4] , [adres5] en de [adres1] te [woonplaats1] , alsook de alternatieve looproute naar de school van de kinderen via de [adres6] , [adres7] en de [adres8] te [woonplaats1] ;
- [appellant] verboden vanaf de datum van betekening van het vonnis en voor de duur van zes maanden - anders dan via zijn advocaat of Veilig Thuis - persoonlijk, schriftelijk, telefonisch of anderszins in contact te treden met [geïntimeerde] ;
- bepaald dat [appellant] bij elke overtreding van de hiervoor genoemde verboden aan [geïntimeerde] een dwangsom van € 500,- verschuldigd zal zijn, zulks met een maximum van € 10.000,-;
- het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard;
- de proceskosten gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
- het meer of anders gevorderde afgewezen.
2.6
Het vonnis is op 13 maart 2023 aan [appellant] betekend.
2.7
De bedoeling van het hoger beroep van [appellant] is dat de toegewezen vorderingen van [geïntimeerde] alsnog worden afgewezen. [geïntimeerde] vindt dat de beslissing van de voorzieningenrechter in stand moet blijven onder verbetering van gronden en dat [appellant] in de kosten van de procedure moet worden veroordeeld.

3.Het oordeel van het hof

Het spoedeisend belang van de vordering van [geïntimeerde]
3.1.
Het hof is met de rechtbank van oordeel dat [geïntimeerde] , gelet op alle omstandigheden, spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. Met de aard van de vordering, een gebieds- en contactverbod, is in beginsel de spoedeisendheid gegeven. Dat aan [appellant] een voorziening in de zin van een gedragsaanwijzing was gegeven, zoals hij heeft aangevoerd, maakt het oordeel niet anders. Uit de stukken komt naar voren dat [appellant] zich meerdere keren niet aan de gedragsaanwijzing heeft gehouden.
Het gebieds- en contactverbod
3.2.
Het hof is met de rechtbank van oordeel dat het opleggen van een gebieds- en contactverbod ten laste van [appellant] gerechtvaardigd is. Het hof sluit zich aan bij de overwegingen van de voorzieningenrechter in het vonnis van 10 maart 2023, neemt die motivering na eigen onderzoek over en maakt die tot de zijne. Het hof leest in de grieven van [appellant] geen andere relevante stellingen dan hij in eerste aanleg heeft aangevoerd en die de rechtbank gemotiveerd en op goede gronden heeft verworpen. Het hof voegt hier het volgende aan toe.
3.3.
[geïntimeerde] heeft in hoger beroep gesteld en onderbouwd dat, ook nadat aan hem het gebieds- en contactverbod is opgelegd, [appellant] stelselmatig berichten naar [geïntimeerde] heeft gestuurd via social media. Ook heeft [geïntimeerde] te kennen gegeven dat [appellant] op 26 april 2023 voor haar woning is aangehouden voor het overtreden van het gebiedsverbod en dat hij daarvoor twee weken in hechtenis heeft gezeten. [appellant] heeft zowel tijdens de procedure in eerste aanleg als in hoger beroep aangegeven dat hij spijt heeft van zijn gedrag en heeft erkend dat hij zich anders behoort te gedragen, maar uit de stukken blijkt dat hij desondanks contact blijft zoeken met [geïntimeerde] en haar op ontoelaatbare wijze laat weten dat hij niet zonder haar en de kinderen kan. Het had op de weg van [appellant] gelegen om zich aan het gebieds- en contactverbod te houden. Als het al zo zou zijn dat de omgang met de kinderen niet kan worden uitgebreid vanwege het gebieds- en straatverbod, zoals [appellant] heeft aangevoerd, dient dit voor risico van [appellant] te komen.
De conclusie
3.4.
Het hoger beroep slaagt niet. Het hof bepaalt dat elke partij zijn eigen kosten moet dragen (compensatie van proceskosten) vanwege de aard van de zaak (familieverhoudingen).

4.De beslissing

Het hof:
4.1.
bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank
Noord-Nederland, locatie Groningen, van 10 maart 2023;
4.2.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.A.F. Veenstra, mr. L. van Dijk en mr. C. Coster, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 28 november 2023.