ECLI:NL:GHARL:2022:9975
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verminderd bewustzijn slachtoffer bij seksueel binnendringen
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het seksueel binnendringen van het slachtoffer op 19 april 2019. Het hof onderzocht of het slachtoffer op dat moment bewusteloos, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht had, dan wel een geestelijke stoornis waardoor zij haar wil niet kon bepalen of weerstand bieden.
Uit de verklaringen en het dossier bleek dat het slachtoffer mogelijk sliep of in een staat van sluimering verkeerde, maar het hof kon dit niet met voldoende zekerheid vaststellen. Ook was onduidelijk of het slachtoffer door alcoholgebruik in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde, mede omdat geen toxicologisch onderzoek was verricht.
De getuigenverklaringen waren deels tegenstrijdig en het hof kon niet uitsluiten dat het slachtoffer niet bewust was tijdens het binnendringen. Gezien het ontbreken van overtuigend bewijs sprak het hof verdachte vrij. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd afgewezen omdat de verdachte niet schuldig werd bevonden.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat het slachtoffer in een staat van verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde tijdens het seksueel binnendringen.