De zaak betreft een geschil tussen ouders over het gezamenlijk ouderlijk gezag over twee minderjarige kinderen geboren in 2013 en 2015. De kinderen verblijven sinds 2021 onder toezicht van een gecertificeerde instelling (GI) in een gezinshuis. De moeder ziet de kinderen beperkt.
De vader verzocht de rechtbank om gezamenlijk gezag met de moeder toe te wijzen, maar de rechtbank wees dit toe. De moeder ging in hoger beroep tegen deze beschikking. Het hof oordeelt dat het gezamenlijk gezag niet toewijsbaar is omdat er een ernstig gebrek aan communicatie bestaat tussen de ouders en tussen de vader en de GI.
Deze communicatieproblemen leiden tot stagnatie van hulpverlening en brengen de kinderen in een kwetsbare positie, vooral de oudste met gedragsproblemen. De vader weigert medewerking aan diagnostisch onderzoek en contact met de GI, wat het belang van de kinderen schaadt.
Het hof vernietigt daarom de bestreden beschikking en wijst het verzoek van de vader af, om te voorkomen dat de kinderen klem of verloren raken door de verstoorde verhoudingen. Hiermee wordt het gezamenlijk gezag niet toegekend.