ECLI:NL:GHARL:2022:937

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
8 februari 2022
Publicatiedatum
8 februari 2022
Zaaknummer
Wahv 200.259.159
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:8 APV SimpelveldArt. 3, tweede lid WahvArt. 121 GemeentewetReglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging parkeerverbod voor voertuigen langer dan 6 meter op grond van APV

De betrokkene werd een sanctie van €95 opgelegd wegens het parkeren van een voertuig langer dan 6 meter op een verboden plaats in Simpelveld. De betrokkene voerde aan dat de lengte van het voertuig niet juist was vastgesteld en dat het parkeerverbod niet rechtsgeldig was omdat het niet met borden was aangegeven en in strijd zou zijn met het RVV 1990.

Het hof oordeelde dat de gemeentelijke regelgever bevoegd is om in de APV parkeerverboden voor grote voertuigen op te nemen en dat het verbod niet met borden hoeft te worden aangegeven. De lengte van het voertuig kon worden vastgesteld aan de hand van het RDW-register en foto’s van de ambtenaar, waarbij de stelling dat het voertuig korter zou zijn niet aannemelijk was gemaakt.

De feitcode R414a was toepasselijk ondanks kleine tekstuele afwijkingen met de APV. Het hof bevestigde daarmee de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de sanctie voor het parkeerverbod bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.259.159/01
CJIB-nummer
: 214359014
Uitspraak d.d.
: 8 februari 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 14 maart 2019, betreffende

[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor (feitcode R414a): “parkeren van een voertuig langer dan 6 m / hoger dan 2,4 m op een plaats waar dit verboden is.” Deze gedraging zou zijn verricht op 30 januari 2018 om 08:49 uur op de Markt in Simpelveld met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de kantonrechter ten onrechte tot het oordeel is gekomen dat de gedraging kan worden vastgesteld. Met artikel 5:8 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) heeft de gemeente voorzien in een eigen regeling die niet alleen op bepaalde aangewezen plaatsen van toepassing is maar in de hele gemeente. Hiermee is een bepaling gemaakt die strijdig is met het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), dat dergelijke algemene regels dient te stellen. Het verbod is ten onrechte ook niet door middel van een bord kenbaar gemaakt aan de weggebruiker. Artikel 3, tweede lid, van de Wahv houdt in dat een sanctiebeschikking enkel kan volgen voor door de ambtenaar (al dan niet middellijk) waargenomen gedragingen. De lengte van het voertuig is niet vastgesteld. De ambtenaar heeft geen redenen van wetenschap vermeld en de door hem gemaakte foto’s kunnen geen rechtstreekse grondslag vormen van een beschikking. Reden van wetenschap van de ambtenaar staan ook niet in de brief van de gemeente Simpelveld. De kantonrechter heeft de lengte van het voertuig ten onrechte ontleend aan gegevens van de RDW. De daarin vermelde lengte hoeft niet juist te zijn, zeker nu het verschil gering is. Een ontbrekend onderdeel aan het voertuig kan al maken dat het voertuig korter is dan 6 meter, waarmee de gedraging dan niet kan worden vastgesteld. Daarom wordt gesteld dat het voertuig niet langer was dan 6 meter. Ook is ten onrechte de feitcode 414a gebruikt. De kantonrechter heeft artikel 5:8, eerste lid, van de APV verkeerd geciteerd en de feitcode matcht ook niet met de bepaling zoals die luidt volgens de gemeente.
3. Artikel 5.8 van de APV van de Gemeente Simpelveld luidde op 30 januari 2018 voor zover hier van belang:
“1. Het is verboden een voertuig, dat inclusief de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren.
2. Het college wijst plaatsen aan waarvoor het in het eerste lid genoemde verbod niet geldt. Daarbij kan het college nadere regels stellen.”
4. Ingevolge artikel 121 van Pro de Gemeentewet blijft de bevoegdheid tot het maken van gemeentelijke verordeningen ten aanzien van het onderwerp waarin door wetten, algemene maatregelen van bestuur of provinciale verordeningen is voorzien, gehandhaafd, voor zover de verordeningen met die wetten, algemene maatregelen van bestuur en provinciale verordeningen niet in strijd zijn. Bij gebreke van een regeling dienaangaande in het RVV 1990 treft het verweer dat artikel 5.8, eerste lid, van voormelde APV-bepaling strijdig is met het RVV 1990 geen doel. Dit betekent dat overtreding van deze verbodsbepaling kan leiden tot oplegging van een sanctie. De gemeente hoeft ook niet met borden aan te geven dat parkeren van lange of hoge voertuigen niet is toegestaan. Dat volgt reeds uit de APV.
5. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
6. Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de ambtenaar zoals opgenomen in de ‘Aankondiging van beschikking’ het volgende in:
"Overtreding R414a. Parkeren van een voertuig langer dan 6m / hoger dan 2,4 m op een plaats waar dit verboden is.” Zoals de kantonrechter heeft vastgesteld, blijkt uit het openbare voertuigregister van de RDW dat het betreffende voertuig 6,16 meter lang is. De ambtenaar heeft 5 foto’s van de gedraging gemaakt. Daarop is te zien dat het voertuig, een opleggertrekker voorzien van het kenteken [kenteken] , geparkeerd staat op een parkeerterrein. De gemachtigde van de betrokkene heeft zijn stelling dat de gegevens uit het RDW-register niet hoeven overeen te komen met de werkelijkheid niet op enige wijze onderbouwd. Er zijn twee duidelijke foto’s van zowel de voor- als achterzijde van het voertuig. Niet blijkt dat een relevant onderdeel aan het voertuig ontbreekt waardoor dit korter zou kunnen zijn dan in de oorspronkelijke staat. Gelet daarop is het hof van oordeel dat in dit geval op grond van deze foto’s van de ambtenaar in combinatie met de voertuiggegevens in het RDW-register kan worden vastgesteld dat het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd op een plaats waar dat verboden is.
7. Volgens de bijlage bij artikel 2 van Pro de Wahv en de ‘Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen' luidt de omschrijving van feitcode R414a in 2018: “als bestuurder een voertuig, dat met inbegrip van de lading langer is dan 6 meter of hoger is dan 2,4 meter parkeren op een plaats, die als schadelijk voor het aanzien van de gemeente is aangewezen.” Erachter is vermeld dat het een overtreding van een plaatselijke verordening betreft. Voor zover de
omschrijving van de gedraging met feitcode R414a niet letterlijk overeenkomt met de tekst van artikel 5.8. van de APV van de gemeente Simpelveld, is de afwijking daarvan zodanig beperkt dat geconcludeerd moet worden dat deze feitcode van toepassing is op het onderhavige geval.
8. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter een juiste beslissing genomen door het beroep ongegrond te verklaren. Voor zover de kantonrechter niet de correcte tekst van de APV-bepaling heeft geciteerd, zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen met verbetering van gronden.
9. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter, met verbetering van gronden;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.