Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellant],
1.Het verloop van de procedure bij de rechtbank
2.Het verloop van de procedure in hoger beroep
3.De feiten
4.De beoordeling
5.De beslissing
1 september 2022.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De appellant, voormalig werknemer van Spliethoff, pleegde tussen 2015 en 2020 omvangrijke fraude door privé-uitgaven te doen ten laste van zijn werkgever, waaronder luxe vakanties en privévluchten. Na ontdekking werd hij op staande voet ontslagen en erkende hij de fraude in een vaststellingsovereenkomst, waarin ook vervalsing van garantstellerhandtekeningen werd vastgesteld.
De rechtbank Midden-Nederland wees het verzoek van appellant tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling af omdat de schulden niet te goeder trouw waren ontstaan. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet te kwader trouw was en dat binnen Spliethoff een cultuur van ondoorzichtigheid en gebrek aan controle bestond, en dat hij inmiddels zijn financiële situatie onder controle had.
Het hof oordeelde dat de langdurige en grootschalige fraude niet gerechtvaardigd kon worden door de omstandigheden binnen Spliethoff. Tevens faalde het beroep op de hardheidsclausule omdat appellant geen structurele gedragsverandering had laten zien, geen professionele hulp had gezocht en zijn nieuwe werkgever niet had geïnformeerd over zijn verleden. De afwijzing van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens omvangrijke fraude en gebrek aan goede trouw.