ECLI:NL:GHARL:2022:9189

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 oktober 2022
Publicatiedatum
27 oktober 2022
Zaaknummer
P22/152
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met twee jaar wegens hoog recidiverisico en voortgezette resocialisatie

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 13 oktober 2022 het beroep van het openbaar ministerie tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam behandeld. De rechtbank had de terbeschikkingstelling (TBS) van de terbeschikkinggestelde met één jaar verlengd en de voorwaarden voor de voorwaardelijke beëindiging gewijzigd. Het hof vernietigt deze beslissing en verlengt de TBS met twee jaar.

De terbeschikkinggestelde is veroordeeld voor ernstige gewelds- en afpersingsdelicten, die gericht zijn tegen de lichamelijke integriteit van personen. Uit psychiatrisch onderzoek blijkt dat hij lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische kenmerken en een stoornis in cannabisgebruik. Het risico op recidive bij beëindiging van de maatregel wordt als hoog ingeschat.

De rechtbank had de verlenging beperkt tot één jaar vanwege onzekere factoren zoals verhuizing en overgang van begeleiding. Het hof constateert dat deze factoren inmiddels niet meer actueel zijn en dat een nieuwe fase van resocialisatie pas in augustus 2022 is gestart. Daarom acht het hof verlenging met twee jaar noodzakelijk. Tevens wijst het hof het verzoek af om de GPS-voorwaarde te schrappen, omdat de reclassering deze controle noodzakelijk acht.

De beslissing van het hof betekent een strengere voortzetting van de TBS-maatregel met behoud van controlemaatregelen, gericht op veiligheid en succesvolle resocialisatie.

Uitkomst: De terbeschikkingstelling wordt met twee jaar verlengd en de GPS-voorwaarde blijft gehandhaafd.

Uitspraak

TBS P22/152
Beslissing d.d. 13 oktober 2022
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van het openbaar ministerie in de zaak tegen
[terbeschikkinggestelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
wonende aan de [adres] in [plaats ] (onder verantwoordelijkheid van Reclassering Nederland).
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 5 april 2022. Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar en de wijziging van de voorwaarden van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.
Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als de rechtbank en daarnaast op:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van beroep van de officier van justitie van 19 april 2022 en de appelschriftuur van 2 mei 2022;
- de e-mail van het ressortsparket van 1 september 2022 met informatie over een lopende strafzaak;
- de aanvullende informatie van de reclassering Nederland (hierna: de reclassering) van
20 september 2022.
Het hof heeft ter zitting van 29 september 2022 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. D.N.A. Brouns, advocaat te Amsterdam, en de advocaat-generaal mr. L.H.J. Vijlbrief-Smit.

Overwegingen:

Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de maatregel voor twee jaar, in plaats van één jaar, had moeten worden verlengd. De terbeschikkinggestelde is veroordeeld voor ernstige feiten en er is sprake van een hoog risico op recidive bij beëindiging van de maatregel. Er zijn de nodige incidenten geweest en de terbeschikkinggestelde is recent nog teruggeplaatst in de kliniek voor een time-out. Zowel de rapporterende psychiater als de reclassering verwachten dat de terbeschikkinggestelde nog meer dan een jaar moet worden begeleid. Gelet hierop en op de vaste jurisprudentie van het hof dient de terbeschikkingstelling niet met één jaar, maar met twee jaren te worden verlengd. De beslissing van de rechtbank dient dan ook te worden vernietigd.
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft gepleit voor bevestiging van de beslissing van de rechtbank. Die beslissing is gestoeld op de uitgebrachte rapportages. De rechtbank heeft ook voldoende gemotiveerd waarom is afgeweken van de standaardjurisprudentie van het hof dat verlenging met twee jaar in de rede ligt als verwacht wordt dat de terbeschikkingstelling een periode van een jaar te boven zal gaan.
Verder heeft de raadsman verzocht de voorwaarden te wijzigen in die zin dat de terbeschikkinggestelde niet langer gehouden is een enkelband te dragen.
Het oordeel van het hof
Vernietiging
Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen omdat het tot een andere verlengingsbeslissing komt.
Indexdelicten
Het gerechtshof Amsterdam heeft de terbeschikkinggestelde bij arrest van 9 april 2010 veroordeeld ter zake van de voortgezette handeling van afpersing en diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en ter zake van afpersing, meermalen gepleegd. Dit zijn misdrijven die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De terbeschikkingstelling is daarom niet in duur beperkt.
Stoornis en recidivegevaar
Uit het rapport van psychiatrisch onderzoek, gedateerd 28 januari 2022, volgt dat bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische kenmerken en een stoornis in het gebruik van cannabis. Bij het wegvallen van de terbeschikkingstelling wordt het risico op soortgelijke strafbare feiten als de indexdelicten ingeschat als hoog.
Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist.
Duur van de verlenging
Het hof heeft als uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.
Gezien de onzekere omstandigheden zoals deze zich ten tijde van de behandeling in eerste aanleg voordeden, acht het hof de beslissing van de rechtbank om af te wijken van voormeld uitgangspunt niet zonder meer onbegrijpelijk. Zo waren de verhuizing naar [plaats ] en de overgang van de behandeling en begeleiding van de terbeschikkinggestelde naar de nieuwe regio, onzekere factoren.
Het hof overweegt dat zich na de beslissing van de rechtbank verschillende ontwikkelingen hebben voorgedaan. Uit het voortgangsverslag van de reclassering van 20 september 2022 volgt dat de terbeschikkinggestelde vanaf 9 augustus 2022 in [plaats ] woonachtig is. De reclassering in [plaats ] beschrijft een goede werkrelatie met de terbeschikkinggestelde. Naast deze begeleiding wordt hij ook anderszins begeleid, bijvoorbeeld ten behoeve van een dagbesteding. Verder heeft hij sinds enige tijd een relatie. Zijn vriendin heeft ook gesprekken met de reclassering, ondersteunt de terbeschikkinggestelde bij het vinden van een plek in de samenleving en corrigeert als dat nodig is. Het is nu wel zaak de verdere resocialisatie binnen het kader van de maatregel te monitoren, en dat zal nog geruime tijd in beslag nemen.
De door de rechtbank bij de beperking van de duur van de verlenging in aanmerking genomen onzekere factoren zijn niet meer actueel en een nieuwe fase van de resocialisatie van de terbeschikkinggestelde is pas in augustus van dit jaar begonnen. Gelet daarop ziet het hof geen reden meer af te wijken van het uitgangspunt de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen.
Voorwaarden aan de voorwaardelijke beëindiging
Het hof ziet geen reden de gestelde bijzondere voorwaarde strekkende tot controle via een GPS enkelband te laten vervallen. Deze voorwaarde is zodanig geformuleerd dat het aan de reclassering (of aan de behandelinstelling) is om de GPS-controle al dan niet in te zetten op het moment dat de reclassering deze controle noodzakelijk acht. In de rapportages die namens de reclassering zijn uitgebracht, ziet het hof geen noodzaak tot het schrappen van deze voorwaarde.

Beslissing

Het hof:
Vernietigt de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 5 april 2022 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde] .
Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van
twee jaar.
Wijst af het verzoek om het opheffen van de voorwaarde ‘6. Opvolging middels GPS’.
Aldus gedaan door
mr. A.B.A.P.M. Ficq als voorzitter,
mr. M.E. van Wees en mr. P.C. Vegter als raadsheren,
en drs. I. van Outheusden en dr. E.L.M. Klein Haneveld als raden,
in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders als griffier,
en op 13 oktober 2022 in het openbaar uitgesproken.
Mr. Vegter, de raden en de griffier zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.