ECLI:NL:GHARL:2022:9073

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
20 oktober 2022
Publicatiedatum
25 oktober 2022
Zaaknummer
21/01050
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet WOZ
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep over vaststelling WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting 2020

Belanghebbende stelde in hoger beroep de vastgestelde WOZ-waarde van een onroerende zaak voor het jaar 2020 aan de orde. De Rechtbank Midden-Nederland had eerder een uitspraak gedaan over de waarde en de daarbij opgelegde aanslag onroerendezaakbelasting. Tijdens de zitting van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 20 oktober 2022 bereikten partijen een compromis over de WOZ-waarde.

Het compromis hield in dat de WOZ-waarde werd vastgesteld op €645.000. Het Gerechtshof heeft deze waarde overgenomen en de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig verminderd. Daarnaast is overeengekomen dat de heffingsambtenaar aan belanghebbende een vergoeding van €80 betaalt voor reis- en verblijfkosten in verband met de procedures bij de Rechtbank en het Hof.

Het vonnis is in het openbaar uitgesproken door raadsheer R. den Ouden, met griffier drs. M.T.M. Hennevelt. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden binnen zes weken na verzending van het vonnis. Tevens is bepaald dat de heffingsambtenaar het betaalde griffierecht van €182 aan belanghebbende vergoedt.

Uitkomst: De WOZ-waarde is vastgesteld op €645.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig verminderd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN

Locatie Arnhem
nummer BK-ARN 21/01050
uitspraakdatum:
20 oktober 2022

Uitspraak van de tiende enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de Rechtbank) van 30 juli 2021, nummer UTR 20/4275 in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de
Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht(hierna: de heffingsambtenaar)
betreffende de ten aanzien van belanghebbende bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde waarde van de onroerende zaak [adres] te [woonplaats] voor het jaar 2020 en de daarbij aan belanghebbende opgelegde aanslag in de onroerendezaakbelasting.

Beoordeling van het geschil

Partijen zijn ter zitting van het Hof op 20 oktober 2022 bij wijze van compromis overeengekomen dat de onderhavige WOZ-waarde voor het jaar 2020 nader dient te worden vastgesteld op € 645.000. Het Hof heeft dienovereenkomstig beslist.

Proceskosten

Partijen zijn ter zitting overeengekomen dat de heffingsambtenaar aan belanghebbende € 80 zal vergoeden voor diens reis- en verblijfkosten voor de procedures bij de Rechtbank en het Hof.

Beslissing

Het Hof:
  • verklaart het hoger beroep gegrond;
  • vernietigt de uitspraak van de Rechtbank,
  • vernietigt de uitspraken op bezwaar,
  • vermindert de vastgestelde WOZ-waarde tot € 645.000,
  • vermindert de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig,
  • veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten voor het beroep en hoger beroep aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 80, en
  • gelast dat de heffingsambtenaar het voor het beroep en het hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 182 aan belanghebbende vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. den Ouden, raadsheer, in tegenwoordigheid van drs. M.T.M. Hennevelt als griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2022.
De griffier, De raadsheer,
(M.T.M. Hennevelt) (R. den Ouden)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 21 oktober 2022.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raadwww.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.