Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de minderjarige],
1.Onderwerp
,geboren [in] 2008 in [plaats1] .
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Deze zaak betreft het hoger beroep van de grootmoeder tegen de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland om de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van haar kleindochter te verlengen tot 6 mei 2023. De minderjarige is sinds januari 2021 uit huis geplaatst vanwege ernstige zorgen over mishandeling, verwaarlozing en gedragsproblemen.
De rechtbank had bepaald dat de minderjarige in een instelling voor gesloten jeugdhulp moest verblijven en daarna in een pleegzorgvoorziening. De grootmoeder betwistte deze beslissing en vorderde afwijzing van de uithuisplaatsing, stellende dat het perspectief van de minderjarige bij haar ligt.
Het hof oordeelt dat de uithuisplaatsing noodzakelijk blijft gezien de ernstige zorgen, waaronder een vermoedelijke posttraumatische stressstoornis, loyaliteitsconflicten en het risico op mishandeling bij terugplaatsing. Hoewel de minderjarige wisselende uitingen heeft, ondersteunt zij via haar advocaat de plaatsing in een open woongroep. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank en wijst het beroep van de grootmoeder af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de uithuisplaatsing van de minderjarige en wijst het hoger beroep van de grootmoeder af.