Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
De moeder heeft tegen deze productie bezwaar gemaakt, waarop de psycholoog richting de moeder heeft opgemerkt dat zij de brief zal intrekken. Het hof heeft er tijdens de mondelinge behandeling op gewezen dat het niet een derde is die beslist of een productie wordt ingetrokken, maar de advocaat die de productie heeft overgelegd. Desgevraagd heeft de advocaat van de vader daarop tegen het hof gezegd dat hij de productie niet intrekt.
Mr. Jakobs-Hiemstra heeft pleitaantekeningen overgelegd.
3.De feiten
- [de minderjarige1] , geboren [in] 2009 te [plaats1] , en
- [de minderjarige2] , geboren [in] 2013 te [plaats2] .
- de voorlopige zorgregeling zoals bepaald in de beschikking van 31 januari 2020 gewijzigd en bepaald dat [de minderjarige2] – voorlopig – gemiddeld ten minste 1,5 dag in de week bij de vader verblijft en dat [de minderjarige1] activiteiten met de vader onderneemt. Daarbij heeft de rechtbank bepaald dat de regie ten aanzien van de voorlopige zorgregeling bij SAVE ligt;
- de beslissing over de voorlopige zorgregeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard;
- de verzoeken van de moeder en de vader tot benoeming van een bijzondere curator afgewezen;
- de raad verzocht om onderzoek te doen, en
- de (verdere) behandeling van de verzoeken die gaan over een definitieve zorgregeling,
- de beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard;
- de verzoeken van de ouders voor het overige afgewezen.