ECLI:NL:GHARL:2022:8740
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van minderjarigen
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen en de machtiging tot uithuisplaatsing van de oudste minderjarige. De ouders waren gezamenlijk belast met het gezag over de kinderen, die sinds 2016 onder toezicht stonden en waarvan de oudste sinds 2019 in een pleeggezin verbleef.
De rechtbank had op 25 april 2022 de ondertoezichtstelling van de jongste minderjarige en de machtiging tot uithuisplaatsing van de oudste verlengd. Zowel de vader als de moeder kwamen in hoger beroep tegen deze verlengingen. De gecertificeerde instelling (GI) voerde verweer en verzocht het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen.
Het hof oordeelde dat de omstandigheden rondom de jongste minderjarige zodanig waren verbeterd dat de ondertoezichtstelling niet langer gerechtvaardigd was. De jongste gaat nu naar een nieuwe school en de samenwerking met de moeder verloopt goed. De ondertoezichtstelling werd daarom per direct opgeheven.
Voor de oudste minderjarige, die al vijf jaar uit huis geplaatst is, constateerde het hof dat de gedragsproblemen niet waren verbeterd en dat verdere verlenging van de uithuisplaatsing niet bijdroeg aan duidelijkheid over haar toekomst. De moeder toonde aan in staat te zijn de benodigde hulp te bieden. Daarom wees het hof het verzoek tot verlenging af en bepaalde dat de uithuisplaatsing per 1 november 2022 zou eindigen, zodat de terugplaatsing kan worden voorbereid.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de jongste minderjarige wordt opgeheven en de machtiging tot uithuisplaatsing van de oudste wordt per 1 november 2022 beëindigd.