ECLI:NL:GHARL:2022:8739
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarige na vijf jaar
De zaak betreft het hoger beroep tegen verlengingen van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen. De ouders zijn gezamenlijk gezagdragers. De ondertoezichtstelling van de jongste minderjarige werd sinds 2016 steeds verlengd, evenals de uithuisplaatsing van de oudste sinds 2017.
De rechtbank had op 25 april 2022 de ondertoezichtstelling van de jongste en de machtiging tot uithuisplaatsing van de oudste verlengd. Ouders gingen in hoger beroep tegen deze verlengingen en verzochten onder meer een contra-expertise. De gecertificeerde instelling (GI) verzocht bekrachtiging.
Het hof oordeelde dat de omstandigheden rond de jongste minderjarige zodanig zijn verbeterd dat de ondertoezichtstelling niet langer gerechtvaardigd is. De jongste gaat naar een nieuwe school en er is geen sprake meer van schoolverzuim. De GI zag ook mogelijkheden om over te gaan naar een vrijwillig kader. Daarom werd de ondertoezichtstelling van de jongste per direct opgeheven.
Voor de oudste minderjarige, die al vijf jaar uit huis is geplaatst, constateerde het hof dat de gedragsproblemen niet zijn verbeterd en dat verdere verlenging van de uithuisplaatsing geen duidelijkheid biedt over haar toekomst. De moeder is in staat om de benodigde hulp te bieden en heeft een plan voor terugplaatsing. Het hof wijst daarom de verlenging van de uithuisplaatsing af en bepaalt dat deze per 1 november 2022 wordt beëindigd om de GI tijd te geven de terugplaatsing te effectueren.
De beschikking van de rechtbank wordt deels bekrachtigd en deels vernietigd, waarbij de ondertoezichtstelling van de jongste wordt opgeheven en de uithuisplaatsing van de oudste wordt beëindigd per genoemde datum.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de jongste minderjarige wordt opgeheven en de uithuisplaatsing van de oudste minderjarige wordt per 1 november 2022 beëindigd.