De betrokkene werd beboet voor het overschrijden van de maximumsnelheid met 15 km/h op de A2 op 5 april 2020. De kantonrechter wees het beroep af en ook het hoger beroep werd ongegrond verklaard door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
De betrokkene voerde aan dat de flexibele bebording vóór de meetlocatie stond en dat de ambtenaar niet kon weten welke snelheid werd aangegeven. Het hof stelde vast dat de snelheid met een goedgekeurde mobiele radarapparatuur was gemeten en dat de foto het voertuig op het tijdstip bevestigde.
De advocaat-generaal leverde loggegevens van de matrixborden waaruit bleek dat op het moment van de overtreding de rotatiepaneelborden een maximumsnelheid van 100 km/h aangaven. Het hof vond geen reden om aan deze gegevens te twijfelen en bevestigde de beslissing van de kantonrechter, inclusief de afwijzing van het verzoek om proceskostenvergoeding.