ECLI:NL:GHARL:2022:865

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
3 februari 2022
Publicatiedatum
3 februari 2022
Zaaknummer
Wahv 200.274.992/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen sanctie parkeren voor in- en uitrit

De betrokkene kreeg een sanctie van €95,- opgelegd wegens parkeren voor een in- en/of uitrit op de Willem II Singel in Roermond. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De betrokkene stelde dat het voertuig niet voor een in- of uitrit stond, mede omdat een trottoir en fietspad tussen het voertuig en de poort lagen en de rijbaan vrij bleef.

Het gerechtshof oordeelde dat de aanwezigheid van het trottoir en fietspad niet afdoet aan het feit dat het voertuig voor de in- en uitrit stond, aangezien de doorgang voor voertuigen bedoeld is en het parkeren daar niet is toegestaan. Foto's en een verklaring van een ambtenaar bevestigden dat het voertuig voor de poort stond. Het beroep van de betrokkene werd daarom ongegrond verklaard.

Daarnaast wees het hof het verzoek om proceskostenvergoeding af, omdat de betrokkene niet in het gelijk werd gesteld. Ook werd het argument dat een eerdere sanctie op dezelfde locatie was vernietigd, verworpen omdat dit geen invloed had op de huidige sanctie. Het arrest werd uitgesproken door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 3 februari 2022.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €95,- voor parkeren voor een in- en uitrit en wijst het beroep en verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.274.992/01
CJIB-nummer
: 219887325
Uitspraak d.d.
: 3 februari 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 8 november 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “parkeren voor in- en/of uitrit”. Deze gedraging zou zijn verricht op
31 augustus 2018 om 20.26 uur op de Willem II Singel in Roermond met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat de kantonrechter ten onrechte het beroep ongegrond heeft verklaard. De gemachtigde betwist de gedraging. Het voertuig stond niet voor een in- of uitrit. De kantonrechter heeft overwogen dat de doorgang werd belemmerd door de wijze waarop het voertuig stond geparkeerd. Dat is echter niet het geval reeds vanwege de afstand van het hek en door de positie van het geparkeerde voertuig. Het voertuig van de betrokkene stond zo geparkeerd dat de rijbaan nog steeds makkelijk kon worden bereikt. De grote afstand tussen het voertuig en de inrit - er zit namelijk een stoep en een fietspad tussen - is voldoende om te kunnen stellen dat er niet voor de inrit is geparkeerd. De gemachtigde betwist dat een automobilist de rijbaan enkel zou kunnen bereiken met kunstgrepen aangezien de doorgang vrij is en er helemaal niets wordt geblokkeerd door het voertuig van de betrokkene.
3. Het dossier bevat een op ambtseed opgemaakte verklaring d.d. 25 oktober 2018 waarin de ambtenaar verklaart:
“Ik zag, dat de betrokken personenauto geparkeerd stond voor de poort van het pand Wonen Limburg gelegen aan de Willem II Singel 25 in Roermond. In het bijgevoegde brondocument zijn foto’s waarop duidelijk te zien is dat de personenauto geparkeerd stond voor de poort (in- en uitrit).”
4. In het dossier bevindt zich verder het brondocument (de aankondiging van beschikking), waarbij vijf foto’s zijn gevoegd. Hierop is het voertuig met het kenteken [kenteken] zichtbaar.
5. De advocaat-generaal heeft een afbeelding van Google Maps overgelegd.
6. Uit de foto's die zich in het dossier bevinden en de door de advocaat-generaal overgelegde afbeelding blijkt het volgende ten aanzien van de situatie ter plaatse. Het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd voor hekken die open kunnen. Op de pilaar naast de hekken is het nummer van het pand weergegeven. Er loopt een bestrate weg van de hekken tot het daarachter gelegen pand, bedoeld om voertuigen toegang te geven tot het terrein rondom dat pand. Tussen de hekken en de plaats van het voertuig van de betrokkene ligt een met roodkleurige klinkers bestraat trottoir en een fietspad met lichtgrijskleurige vierkante tegels. Aan de andere kant van de plaats van het voertuig ligt de rijbaan. Het onderhavige voertuig staat op een strook die is bestraat met roodkleurige klinkers die evenwijdig loopt aan de hekken. Achter de plaats van het voertuig staat in de strook een boom met daaromheen grint en daarachter zijn in de strook parkeervakken zichtbaar door rechthoekige vlakken met lichtgrijskleurige vierkante tegels. Voor de plaats van het voertuig is in de strook ook een parkeerplek zichtbaar door een rechthoekig vlak met lichtgrijskleurige vierkante tegels en daarnaast een boom met daaromheen grint.
7. In dit geval loopt de in- en/of uitrit tussen de hekken (de poort) van het pand Wonen Limburg. Het voertuig van de betrokkene stond voor deze in- en/of uitrit. De omstandigheid dat zich tussen de plaats waar het voertuig stond en de hekken een trottoir en een fietspad bevinden en dat het voertuig zo stond geparkeerd dat de rijbaan nog steeds kon worden bereikt, doet
hieraan niet af.
8. De gemachtigde voert voorts aan dat aan de betrokkene bij twee inleidende beschikkingen een sanctie is opgelegd betreffende dezelfde locatie op verschillende dagen. De andere inleidende beschikking is door de advocaat-generaal vernietigd. De gemachtigde wijst in dit verband op het niet-gepubliceerde arrest van het hof met Wahv-nummer 200.259.849. De onderhavige inleidende beschikking dient ook te worden vernietigd.
9. Uit voormeld arrest blijkt dat aan de betrokkene bij inleidende beschikking een sanctie van
€ 140,- was opgelegd ter zake van “voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd”, welke gedraging zou zijn verricht op 25 juni 2018 om 01.36 uur op de Willem II Singel te Roermond met het voertuig met het kenteken [kenteken] . De advocaat-generaal heeft besloten deze beschikking te vernietigen. Het enkele feit dat sprake is van dezelfde locatie brengt niet mee dat de inleidende beschikking in deze zaak, waarin kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht en de sanctie terecht is opgelegd, ook moet worden vernietigd.
10. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter terecht het beroep ongegrond verklaard. Het hof zal derhalve de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
11. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 1 april 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.