ECLI:NL:GHARL:2022:8439
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen proceskostenvergoeding in bestuursstrafzaak verkeersvoorschriften
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de door de kantonrechter toegekende proceskostenvergoeding in een bestuursstrafzaak op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De kantonrechter had een vergoeding van €961,50 toegekend, waarbij de vergoeding voor het bijwonen van een zitting was gehalveerd vanwege het optreden in meerdere zaken.
Het hof stelde vast dat de kantonrechter ten onrechte geen vergoeding had toegekend voor de eerste zitting en dat de halvering van de vergoeding voor de tweede zitting niet op een juiste wettelijke grondslag was gebaseerd. Het hof wees op jurisprudentie waarin is bepaald dat een halvering niet is toegestaan als alleen de feitcode is gewijzigd.
Het hof bepaalde dat voor het bijwonen van de tweede zitting een volledig punt toegekend moet worden en dat de proceskostenvergoeding voor alle proceshandelingen conform het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) moet worden vastgesteld. Uiteindelijk werd de advocaat-generaal veroordeeld tot betaling van €1.923,75 aan proceskostenvergoeding aan de betrokkene.
Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de beslissing van de kantonrechter en kent een proceskostenvergoeding toe van €1.923,75 aan de betrokkene.