Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2022:814

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
1 februari 2022
Publicatiedatum
2 februari 2022
Zaaknummer
200.300.700/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.3 WfzArt. 24 Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf op grond van Wet zorg en dwang

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 1 februari 2022 ambtshalve een rechterlijke machtiging verleend tot opname en verblijf van cliënt in een forensisch psychiatrische kliniek. Dit gebeurde op grond van artikel 2.3, tweede lid, van de Wet forensische zorg in samenhang met artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd).

Cliënt, geboren in 1987, kampt met een lichte verstandelijke beperking, schizofrenie van het gedesorganiseerde type, een stoornis in het gebruik van middelen in remissie, een ongespecificeerde neurobiologische ontwikkelingsstoornis en beperkte sociaal-emotionele ontwikkeling. Deze combinatie leidt tot een aanzienlijk risico op ernstig nadeel zoals brandstichting, fysieke agressie, bedreiging, gevaar voor eigen gezondheid en maatschappelijke teloorgang.

Ondanks maximale medicatie blijven de psychotische verschijnselen bestaan, waardoor intensieve behandeling en begeleiding in een beveiligde omgeving noodzakelijk zijn. Het hof concludeerde dat er geen minder ingrijpende alternatieven zijn en dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om ernstig nadeel te voorkomen.

De machtiging is verleend voor een periode van zes maanden, is bij voorraad uitvoerbaar en moet binnen vier weken worden uitgevoerd. Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: Het hof verleent ambtshalve een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Zittingsplaats Arnhem
Afdeling Strafrecht
Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf (artikel 2.3, tweede lid, Wet forensische zorg (hierna: Wfz) jo. artikel 24 Wet Pro zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd))
Rekestnummer: 200.300.700/01
Ambtshalve beschikking van het gerechtshof tot het verlenen van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 24 Wzd Pro, ten aanzien van:
[cliënt] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
verblijvende in Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) [kliniek] ,
bijgestaan door zijn raadsman mr. M.P.T. Peters, advocaat te Zutphen,
hierna te noemen: cliënt.

1.Procesverloop

1.1.
Bij tussenarrest van 9 september 2021 heeft het hof onderzoek gelast naar de mogelijkheid voor cliënt een zorgmachtiging af te geven als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Dit heeft geleid tot een onderzoek in opdracht van het openbaar ministerie, waarbij is geconcludeerd dat de verstandelijke beperking van cliënt voorliggend is, zodat het onderzoek zich heeft gericht op een rechterlijke machtiging op grond van de Wzd.
Bij e-mailbericht van 4 januari 2022 heeft mr. Peters aan de advocaat-generaal kenbaar gemaakt dat cliënt toestemming geeft tot vrijgave van de stukken die bij dit onderzoek zijn opgemaakt.
Vervolgens heeft het hof op 5 januari 2022 ontvangen:
  • een uittreksel curatele- en bewindregister van 11 oktober 2021;
  • het CIZ-indicatiebesluit van 1 november 2021;
  • de medische verklaring van 12 november 2021;
  • het CIZ-advies aan het OM ingevolge artikel 28a Wzd van 10 december 2021;
  • het schriftelijke standpunt van de officier van justitie van 24 december 2021 dat geen verzoekschrift als bedoeld in artikel 2.3 Wfz wordt ingediend;
Daarna is nog ontvangen het binnen FPK [kliniek] opgemaakte cliëntplan van 3 december 2021.
Verder zijn bij de beoordeling van het afgeven van een zorgmachtiging van belang:
  • een rapport betreffende een psychiatrisch onderzoek pro Justitia van 8 januari 2020, opgemaakt door deskundige L.P. Heinsman, psychiater;
  • een rapport betreffende een psychologisch onderzoek pro Justitia van 22 december 2019, opgemaakt door deskundige A.J. de Groot, psycholoog;
  • de overige inhoud van het dossier in de strafzaak met opgemeld parketnummer.
1.2.
Ter terechtzitting in de strafzaak van 18 januari 2022 zijn gehoord:
  • cliënt;
  • de raadsman van cliënt, mr. M.P.T. Peters, advocaat te Zutphen;
  • de advocaat-generaal, mr. J. van Spanje;
  • de getuigen dan wel deskundigen:
o [getuige 1] , medewerker reclassering Groningen,
o [getuige 2] , juridisch-adviseur Wet zorg en dwang,
o [getuige 3] , curator-mentor van cliënt,
o [getuige 4] , GZpsycholoog.

2.Standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft in de strafzaak gevorderd aan cliënt de maatregel terbeschikkingstelling met voorwaarden op te leggen, en niet – zoals door de verdediging is verzocht – ambtshalve een rechterlijke machtiging te verlenen tot de opname en het verblijf van cliënt.

3.Standpunt van cliënt

De advocaat van cliënt heeft verzocht ambtshalve te beslissen tot het afgeven van een rechterlijke machtiging voor de duur van zes maanden, nu aan alle voorwaarden is voldaan.

4.Beoordeling

4.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf. De opname en het verblijf zijn dan ook onvrijwillig.
4.2.
Uit het advies van het CIZ en de medische verklaring leidt het hof het volgende af.
4.3.
Cliënt lijdt aan een verstandelijke handicap en een psychische stoornis, in de vorm van een lichte verstandelijke beperking en schizofrenie van het gedesorganiseerde type. Cliënt kampt daarnaast met een stoornis in het gebruik van middelen, welke stoornis tijdens de huidige opname in remissie is. Tot slot is sprake van een ongespecificeerde neurobiologische ontwikkelingsstoornis en heeft cliënt een beperkte sociaal-emotionele ontwikkeling.
4.4.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of aanzienlijk risico op brandstichting, fysieke agressie en bedreiging, gevaar voor de eigen gezondheid, maatschappelijke teloorgang en verwaarlozing. Bij overschrijding van de draagkracht nemen de psychotische verschijnselen toe in ernst en kan dit zich uiten in impulsieve gevaarlijke handelingen zoals eerder onder andere brandstichting. Cliënt kan zich door zijn beperkingen en psychiatrische stoornissen niet zonder begeleiding en behandeling staande houden in de maatschappij. Cliënt heeft eerder vanuit opdrachten die kreeg vanuit de stemmen die hij hoorde (akoestische hallucinaties) zoveel water gedronken dat er sprake was van een waterintoxicatie.
4.5.
Om ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden is de opname en het verblijf noodzakelijk omdat ook ondanks dat cliënt maximaal ingesteld is op medicatie de psychotische verschijnselen blijven bestaan waardoor zeer intensieve behandeling en begeleiding in een beveiligde omgeving noodzakelijk blijft.
4.6.
De opname en het verblijf is ook geschikt om het ernstige nadeel te voorkomen of af te wenden omdat op de huidige afdeling de eerder genoemde intensieve begeleiding en behandeling kan plaatsvinden van de zeer complexe combinatie van ernstige psychiatrische stoornissen en verstandelijke beperking om het risico op het ontstaan van het eerder genoemde ernstig nadeel zo klein mogelijk te maken.
4.7.
Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstige nadeel te voorkomen of af te wenden omdat door diverse onderzoekers geconcludeerd is dat het risico op herhaling van het ernstig nadeel te groot is.
4.8.
Het hof komt tot de conclusie dat is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wet zorg en dwang. De rechterlijke machtiging tot opname en het verblijf zal dan ook worden verleend. Voor cliënt is al een accommodatie beschikbaar en voor de zorg is een indicatie afgegeven op grond van de Wet langdurige zorg.
4.9.
De rechterlijke machtiging zal worden verleend voor de hieronder vermelde duur.

5.Beslissing

Het hof:
Verleent ambtshalve een rechterlijke machtiging tot opname en verblijfvan
[cliënt] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
Deze rechterlijke machtiging wordt verleend voor een periode van
zes maanden.
Deze rechterlijke machtiging is bij voorraad uitvoerbaar. De machtiging is geldig vanaf dagtekening en moet binnen vier weken ten uitvoer worden gelegd.
Deze machtiging is op 1 februari 2022 gegeven door
mr. M.E. van Wees, voorzitter,
mr. S. Bek en mr. J.S. van Duurling, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. E. van der Zandt, griffier,
schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen de beschikking van dit gerechtshof staat voor cliënt en advocaat-generaal beroep in cassatie bij de Hoge Raad open,
in te stellen door een advocaat middels het indienen van een verzoekschrift bij de griffie van de Hoge Raad,
binnen drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking.