Belanghebbende, eigenaar en gebruiker van een melkveehouderij met woning en bedrijfsopstallen, betwistte de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van €575.000 per 1 januari 2018 voor het jaar 2019. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Tijdens de zitting op 7 september 2022 bereikten partijen een compromis waarbij de waardecorrectie wegens een schoorsteenbrand in het woongedeelte werd verhoogd van €20.000 naar €60.000, wat resulteert in een nieuwe WOZ-waarde van €535.000. Tevens werd overeengekomen dat de heffingsambtenaar de proceskosten tot €2.815 en het betaalde griffierecht van €134 vergoedt. Belanghebbende trok alle lopende bezwaar- en beroepsprocedures over de jaren 2020-2022 in.
Het Hof oordeelde dat deze waardevermindering geen gevolgen heeft voor de aanslag OZB voor het gebruik, omdat de aanslag OZBG reeds op een lagere heffingsmaatstaf was gebaseerd. Het Hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en de beschikking van de heffingsambtenaar, behoudens de aanslag OZBG, en legde de nieuwe waarde en kostenvergoedingen vast.
De uitspraak werd gedaan door de voorzitter Woeltjes en de raadsheren Van Suilen en Breedveld, waarbij laatstgenoemde de uitspraak ondertekende. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden binnen zes weken na verzending.