Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker,
1.Het geding in eerste aanleg
- de jongste zoon, bijgestaan door zijn advocaat;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene is door de rechtbank Midden-Nederland onder curatele gesteld vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand, waarbij de echtgenote tot curator is benoemd. De jongste zoon heeft hiertegen hoger beroep ingesteld en tevens verzocht om schorsing van de werking van deze beschikking.
Tijdens de mondelinge behandeling op 5 september 2022 verschenen alleen de jongste zoon en de echtgenote/curator, terwijl de betrokkene, oudste zoon en voormalig bewindvoerder niet aanwezig waren. Het hof overweegt dat op grond van artikel 1:381 lid 1 BW Pro de curatele met ingang van de uitspraak werkt en dat hoger beroep geen schorsende werking heeft.
Verder stelt het hof dat de beschikking waarbij curatele is uitgesproken niet uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, waardoor op grond van artikel 360 lid Pro 2, tweede volzin Rv schorsing niet mogelijk is. Gezien deze wettelijke bepalingen wijst het hof het verzoek tot schorsing af.
De beschikking is op 20 september 2022 in het openbaar uitgesproken door het hof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de onder curatele stelling wordt afgewezen.