ECLI:NL:GHARL:2022:7887

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
14 september 2022
Publicatiedatum
14 september 2022
Zaaknummer
21-001953-20
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 Penitentiaire beginselenwetArt. 6:2:10 Wetboek van StrafvorderingArt. 422 Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging gevangenisstraf voor betrokkenheid bij hennepkwekerij met verwerping alternatief scenario

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen een vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, waarin verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 maanden wegens betrokkenheid bij een hennepkwekerij.

Verdachte ontkende zijn betrokkenheid en voerde aan dat medeverdachten zijn rijbewijs hadden gevonden en zijn naam hadden opgezocht, waarna zij een belastende verklaring tegen hem hadden afgelegd. Hij stelde dat hij zijn rijbewijs mogelijk was verloren in een plaats waar hij spullen bezorgde voor een door hem gesponsorde kringloopwinkel.

Het hof heeft deze alternatieve scenario's onderzocht en geoordeeld dat deze niet aannemelijk zijn. De verklaringen van verdachte konden het bewijs van zijn betrokkenheid niet weerleggen. Het hof bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en legde dezelfde straf op, met aftrek van het voorarrest.

Daarnaast werd de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen telefoon gehandhaafd. De uitvoering van de gevangenisstraf zal volledig in een penitentiaire inrichting plaatsvinden, totdat verdachte in aanmerking komt voor een penitentiair programma of voorwaardelijke invrijheidsstelling.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest voor betrokkenheid bij een hennepkwekerij.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001953-20
Uitspraak d.d.: 14 september 2022
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 16 juni 2020 met parketnummer 18-950062-18 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 31 augustus 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, met aftrek van voorarrest. Tevens heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen Aquarius telefoon. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,
mr. Y. Bouchikhi, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank heeft bij vonnis van 16 juni 2020, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte ter zake van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur 9 maanden, met aftrek van voorarrest. Tevens heeft de rechtbank de onttrekking aan het verkeer gelast van de inbeslaggenomen Aquarius telefoon.

Bevestiging van het vonnis

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste wijze heeft beslist. Het hof zal het vonnis bevestigen met aanvulling van de gronden.

Aanvullende bewijsoverweging

Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep zijn betrokkenheid bij de hennepkwekerij ontkend. Overeenkomstig de door hem in eerste aanleg afgelegde verklaring heeft hij verklaard dat de [medeverdachten] zijn rijbewijs heeft gevonden en vervolgens zijn naam heeft gegoogeld. De informatie die daarbij met betrekking tot verdachte naar voren is gekomen, is volgens verdachte later door de [medeverdachten] gebruikt om bij de politie een voor verdachte belastende verklaring af te leggen. Verder heeft verdachte verklaard dat hij zijn rijbewijs mogelijk is verloren in [plaats] , dan wel de omgeving van [plaats] , waar hij geregeld spullen bezorgde voor een door hem gesponsorde kringloopwinkel.
Voorts heeft verdachte ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat het niet anders kan zijn dan dat de [medeverdachten] de autobus van de door hem gesponsorde kringloopwinkel in [plaats] heeft gezien met daarop de tekst ‘kringloopwinkel’ of een soortgelijke tekst, en ze wisten dat de portemonnee met het rijbewijs van verdachte uit de bus was weggenomen. Vervolgens heeft de [medeverdachten] zijn naam gegoogeld en de informatie die daarbij naar voren kwam, gebruikt om bij de politie een voor verdachte belastende verklaring af te leggen.
Het hof overweegt als volgt.
Door verdachte zijn in hoger beroep diverse alternatieve scenario’s naar voren gebracht, die er in de kern op neerkomen dat verdachte door de [medeverdachten] als betrokkene bij de hennepkwekerij wordt aangewezen, nadat ze door middel van zijn rijbewijs informatie over hem hebben verkregen en belastend over hem bij de politie hebben verklaard. Overeenkomstig de overwegingen van de rechtbank is het hof van oordeel dat de door verdachte geschetste alternatieve scenario’s niet aannemelijk zijn geworden. Hetgeen verdachte daarbij in hoger beroep aanvullend heeft verklaard, dan wel voor het eerst naar voren heeft gebracht, maakt dat niet anders. Het hof verwerpt derhalve het verweer.

Aanvullende strafoverweging

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door
mr. L.T. Wemes, voorzitter,
mr. A.H. toe Laer en mr. A. Meester, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A.M.J. Flach, griffier,
en op 14 september 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.