Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, waarin verdachte was veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf wegens betrokkenheid bij een hennepkwekerij.
Tijdens de terechtzitting op 31 augustus 2022 heeft het hof de vordering van de advocaat-generaal tot bevestiging van de gevangenisstraf van 9 maanden met aftrek van voorarrest overgenomen. De rechtbank had ook besloten tot teruggave van een blok kneedgum en een Schlumberger watermeter aan respectievelijk verdachte en Waterleidingmaatschappij Drenthe, en tot onttrekking aan het verkeer van 45 stuks .22 patronen.
Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank, met uitzondering van de beslissing over het beslag. Het vonnis werd vernietigd voor zover het de inbeslaggenomen goederen betrof. Het hof gelastte de teruggave van de kneedgum aan verdachte, de teruggave van de watermeter aan Waterleidingmaatschappij Drenthe, en onttrekking aan het verkeer van de patronen vanwege hun aard en het belang van de wet.
Verdachte had in hoger beroep verklaard dat hij wist van de hennepkwekerij omdat hij een aggregaat had verhuurd aan een medeverdachte, maar dit alternatieve scenario werd door het hof verworpen vanwege late en onvoldoende onderbouwing en strijdigheid met verklaringen van medeverdachten.
De gevangenisstraf zal volledig in een penitentiaire inrichting worden uitgevoerd, met aftrek van voorarrest, totdat verdachte in aanmerking komt voor een penitentiair programma of voorwaardelijke invrijheidsstelling. Het hof paste de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en artikelen 36b en 47 van het Wetboek van Strafrecht toe.