ECLI:NL:GHARL:2022:7886

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
14 september 2022
Publicatiedatum
14 september 2022
Zaaknummer
21-002046-20
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 OpiumwetArt. 11 OpiumwetArt. 36b SrArt. 47 SrArt. 27 lid 1 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging veroordeling verdachte voor betrokkenheid bij hennepkwekerij met aanpassing beslagbeslissing

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, waarin verdachte was veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf wegens betrokkenheid bij een hennepkwekerij.

Tijdens de terechtzitting op 31 augustus 2022 heeft het hof de vordering van de advocaat-generaal tot bevestiging van de gevangenisstraf van 9 maanden met aftrek van voorarrest overgenomen. De rechtbank had ook besloten tot teruggave van een blok kneedgum en een Schlumberger watermeter aan respectievelijk verdachte en Waterleidingmaatschappij Drenthe, en tot onttrekking aan het verkeer van 45 stuks .22 patronen.

Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank, met uitzondering van de beslissing over het beslag. Het vonnis werd vernietigd voor zover het de inbeslaggenomen goederen betrof. Het hof gelastte de teruggave van de kneedgum aan verdachte, de teruggave van de watermeter aan Waterleidingmaatschappij Drenthe, en onttrekking aan het verkeer van de patronen vanwege hun aard en het belang van de wet.

Verdachte had in hoger beroep verklaard dat hij wist van de hennepkwekerij omdat hij een aggregaat had verhuurd aan een medeverdachte, maar dit alternatieve scenario werd door het hof verworpen vanwege late en onvoldoende onderbouwing en strijdigheid met verklaringen van medeverdachten.

De gevangenisstraf zal volledig in een penitentiaire inrichting worden uitgevoerd, met aftrek van voorarrest, totdat verdachte in aanmerking komt voor een penitentiair programma of voorwaardelijke invrijheidsstelling. Het hof paste de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en artikelen 36b en 47 van het Wetboek van Strafrecht toe.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest; beslagbeslissing gewijzigd.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-002046-20
Uitspraak d.d.: 14 september 2022
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 16 juni 2020 met parketnummer 18-950061-18 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 31 augustus 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het tenlastegelegde feit tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, met aftrek van voorarrest. Tevens heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot teruggave van de inbeslaggenomen kneedgum aan verdachte, tot teruggave van de Schlumberger watermeter aan Waterleidingmaatschappij Drenthe en tot onttrekking aan het verkeer van de 45 stuks .22 patronen. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,
mr. L. de Leon, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank heeft bij vonnis van 16 juni 2020, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte ter zake van het tenlastegelegde feit veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, met aftrek van voorarrest. Tevens heeft de rechtbank beslist tot teruggave van de inbeslaggenomen kneedgum en Schlumberger watermeter aan verdachte en tot onttrekking aan het verkeer van de 45 stuks .22 patronen.

Bevestiging van het vonnis met uitzondering van de inbeslaggenomen goederen

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft beslist en zal het vonnis bevestigen behalve voor zover het betreft de door de rechtbank genomen beslissing omtrent de inbeslaggenomen goederen. Ten aanzien van dit onderdeel van het vonnis komt het hof tot een andere beslissing dan de rechtbank. In zoverre zal het vonnis dan ook worden vernietigd.
Het hof is van oordeel dat de rechtbank voor het overige op juiste wijze heeft beslist. Wel zal het hof het vonnis met aanvulling van de gronden, bevestigen.

Aanvullende bewijsoverweging

De raadsman van verdachte heeft bepleit tot vrijspraak ten aanzien van het tenlastegelegde feit. Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij, in tegenstelling tot eerdere verklaringen, wel afwist van de hennepkwekerij. Hij heeft verklaard dat hij gedurende een jaar een aggregaat heeft verhuurd aan [medeverdachte 1] en dat hem toen is verteld dat het apparaat voor een hennepkwekerij bestemd was. Op grond hiervan blijkt volgens de raadsman dat verdachte medeplichtig was bij het in stand houden van de hennepkwekerij, doch niet dat er sprake is geweest van een voor het bewijs van medeplegen benodigde nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten.
Het hof overweegt hiertoe als volgt.
De nadere verklaring van verdachte, inhoudende dat hij een aggregaat verhuurde en in dat kader weet had van de hennepkwekerij, is voor het eerst in hoger beroep en derhalve in een zeer laat stadium afgelegd, terwijl daartoe al eerder, te weten bij de politie en de rechtbank, meermalen gelegenheid heeft bestaan. Daar komt bij dat dit alternatieve scenario door verdachte niet nader is onderbouwd en dat de ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde verklaring van verdachte niet strookt met de verklaringen van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] ten aanzien van de betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij. Mede gelet hierop is het hof van oordeel dat dit alternatieve scenario niet aannemelijk is geworden. Het hof verwerpt derhalve het verweer.

Aanvullende strafoverweging

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

Beslag

De in beslag genomen en nog niet teruggegeven kneedgum is bij gelegenheid van het onderzoek naar het door de verdachte begane feit aangetroffen. De kneedgum behoort aan verdachte toe. Het hof zal derhalve de teruggave daarvan gelasten aan verdachte.
Ten aanzien van de hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven Schlumberger watermeter zal het hof, anders dan de rechtbank, de teruggave gelasten aan de rechthebbende, te weten Waterleidingmaatschappij Drenthe.
Voorts gelast het hof de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven .22 patronen, nu deze bij gelegenheid van het onderzoek naar de onderhavige verdenking in beslag zijn genomen en de patronen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en artikel 36b en 47 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de door de rechtbank genomen beslissing omtrent de inbeslaggenomen goederen en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
9 (negen) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Beveelt de
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: 45 stuks .22 patronen (NNRAA17039_483627).
Gelast de
teruggaveaan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een blok kneedgum van 12x6 cm (NNRAA17039_483636).
Gelast de
teruggaveaan Waterleidingmaatschappij Drenthe van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: 1 Schlumberger watermeter (NNRAA17039_483637).
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door
mr. L.T. Wemes, voorzitter,
mr. A.H. toe Laer en mr. A. Meester, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A.M.J. Flach, griffier,
en op 14 september 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.