In deze bestuursstrafzaak heeft de kantonrechter het beroep van de betrokkene gegrond verklaard en een proceskostenvergoeding toegekend, maar deze vergoeding voor het bijwonen van de zitting op 22 december 2021 met de helft verminderd vanwege het optreden van de gemachtigde in meerdere niet-samenhangende zaken. De gemachtigde stelde dat deze halvering onterecht was en dat ook rekening moest worden gehouden met twee telefonische hoorzittingen bij de officier van justitie.
Het hof stelde vast dat de kantonrechter geen grondslag had voor de halvering van de vergoeding, omdat het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) geen mogelijkheid biedt tot halvering op die grond en de zaken niet samenhangend waren. Bovendien was slechts één telefonische hoorzitting vergoed terwijl er twee hadden plaatsgevonden.
Het hof heeft daarom de beslissing van de kantonrechter vernietigd voor zover het de proceskostenvergoeding betreft en heeft de volledige vergoeding van €1.611,88 toegekend. Hierbij zijn punten toegekend voor het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter, het hoger beroepschrift en het bijwonen van de zittingen, met toepassing van de juiste wegingsfactoren en vergoeding per punt.
De advocaat-generaal is veroordeeld tot het betalen van deze proceskostenvergoeding aan de betrokkene. Het arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken op een openbare zitting.