De Veense Bouwer B.V. werd op 4 februari 2022 ontbonden en had geen baten meer, waarna een turbo-liquidatie plaatsvond. Appellant vorderde faillietverklaring vanwege niet-nakoming van verbouwingswerkzaamheden en onbetaalde vorderingen. De rechtbank wees het verzoek af omdat de meeste schuldeisers instemden met een betalingsregeling.
In hoger beroep oordeelde het hof dat aan het pluraliteitsvereiste was voldaan en dat De Veense Bouwer niet meer betaalde aan appellant en een andere schuldeiser, Bovenschen. De onderneming had financiële problemen sinds 2020, mede door corona, en bleef opdrachten aannemen terwijl duidelijk was dat zij niet levensvatbaar was, waardoor schulden verder opliepen.
Het hof achtte bovendien mogelijk dat er bestuurdersaansprakelijkheid bestaat jegens de indirecte bestuurders, mede door het gebrek aan transparantie en onvolledige crediteurenlijst bij de turbo-liquidatie. De Veense Bouwer had mogelijk nog vorderingen op derden die niet werden verantwoord.
Het hoger beroep werd toegewezen en het hof verklaarde De Veense Bouwer alsnog in staat van faillissement, benoemde een curator en rechter-commissaris en gaf de curator de bevoegdheid tot het openen van aan de gefailleerde gerichte correspondentie.