Partijen zijn in 2016 gehuwd en hebben gezamenlijk het gezag over hun in 2018 geboren kind. Na een periode van verblijf van het kind in Marokko en ondertoezichtstelling, is bij beschikking van de rechtbank in juni 2021 het hoofdverblijf bij de moeder vastgesteld met een zorgregeling waarbij het kind eens in de twee weken bij de vader verbleef.
De vader is in hoger beroep gekomen met het verzoek tot vaststelling van een week-om-week zorgregeling, terwijl de moeder incidenteel hoger beroep instelde vanwege de extra reistijd die het kind zou moeten maken. Het hof heeft de communicatie tussen de ouders onderzocht, waarbij bleek dat deze overwegend goed en positief verloopt, en dat het kind een goede band met beide ouders heeft.
De gecertificeerde instelling Nidos adviseerde een week-op-week-af regeling, welke het hof passend acht in het belang van het kind. Ondanks de extra reistijd acht het hof deze niet onoverkomelijk en stelt het de week-op-week-af regeling vast, waarbij de ouder waar het kind verblijft verantwoordelijk is voor het halen. De vakanties blijven gelijkelijk verdeeld zoals eerder bepaald.