Uitspraak
mr. A. Elgersma, raadsheren in dit hof, locatie Leeuwarden,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de raadsheren die betrokken waren bij de behandeling van zijn ontslagzaak bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het verzoek betrof vermeende partijdigheid en onjuiste behandeling tijdens de mondelinge behandeling op 10 mei 2022. Verzoeker stelde dat de raadsheren feiten aanbrachten die niet door de werkgever waren genoemd en vragen stelden die niet relevant waren voor de zaak.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek te laat was ingediend. Volgens artikel 37 lid 1 Rv Pro moet een wrakingsverzoek zo spoedig mogelijk worden ingediend zodra de feiten die aanleiding geven tot wraking bekend zijn. Verzoeker en zijn advocaat hadden het gevoel van partijdigheid tijdens de zitting van 10 mei 2022, maar dienden het verzoek pas op 25 mei 2022 in, vijftien dagen later.
De wrakingskamer stelde vast dat er geen feiten of omstandigheden waren die een eerdere indiening in de weg stonden en dat het opvragen van het proces-verbaal niet noodzakelijk was voor de indiening. Daarom werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing werd op 12 juli 2022 in het openbaar uitgesproken en ondertekend door de wrakingskamer.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.