De terbeschikkinggestelde is veroordeeld voor ernstige geweldsdelicten en ondergaat sinds vijftien jaar een terbeschikkingstelling (TBS). Na een aanvankelijk positieve ontwikkeling in het behandeltraject ontstond in 2021 een terugval door middelengebruik en een incident met contrabande, wat leidde tot intrekking van verlof en vertraging in het resocialisatietraject.
De rechtbank had de TBS-maatregel met twee jaar verlengd en het verzoek tot onderzoek naar een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege afgewezen. Het hof vernietigt deze beslissing en verlengt de maatregel slechts met één jaar, omdat de voortgang van de behandeling eerder getoetst moet worden gezien de vertraging en de positieve ontwikkelingen voorafgaand aan het incident.
Het hof benadrukt dat de verlenging met één jaar geen garantie biedt voor een voorwaardelijke beëindiging of kortere verlenging daarna. Tevens geeft het hof de kliniek in overweging om te onderzoeken of resocialisatie in de regio Rotterdam mogelijk is, gezien het sociale netwerk van de terbeschikkinggestelde.
Het verzoek tot onderzoek naar een voorwaardelijke beëindiging wordt afgewezen omdat het traject nog niet voldoende gevorderd is en gefaseerde uitbreiding van vrijheden noodzakelijk blijft. De terbeschikkinggestelde kampt met een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische kenmerken en een stoornis in cannabisgebruik, met een matig tot hoog recidiverisico.
De uitspraak is gedaan door het hof Arnhem-Leeuwarden op 30 juni 2022, waarbij de terbeschikkingstelling wordt verlengd met één jaar en het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging wordt afgewezen.