Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland over de vaststelling van kinderalimentatie. De vader betwistte zijn draagkracht en verzocht om de alimentatie te verlagen of op nihil te stellen. De moeder vroeg om handhaving van de vastgestelde bijdrage.
Tijdens de procedure heeft de vader onvoldoende inzicht gegeven in zijn financiële situatie, met name over het resultaat van zijn onderneming in 2021. Hij overhandigde een proef- en saldibalans waaruit een winst bleek, maar verklaarde ter zitting dat hij verlies had geleden en kon dit niet nader toelichten. Hierdoor kon het hof niet vaststellen dat de vader geen draagkracht had.
Het hof oordeelde dat het gebruikelijk is om bij ondernemers het gemiddelde resultaat over drie jaar te hanteren, maar dat dit niet mogelijk was vanwege het gebrek aan inzicht. Daarom werd het verzoek van de vader afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd, zodat elke partij haar eigen kosten draagt, gelet op de aard van het geschil tussen ex-partners over de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen.
De uitspraak is gedaan door drie raadsheren en griffier op 30 juni 2022.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek van de vader af wegens onvoldoende inzicht in zijn financiële draagkracht.