ECLI:NL:GHARL:2022:5361

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
27 juni 2022
Publicatiedatum
27 juni 2022
Zaaknummer
Wahv 200.293.749/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie vasthouden mobiel apparaat tijdens rijden vanuit touringcar

De betrokkene werd op 15 oktober 2019 beboet voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de A1 te Ugchelen. De overtreding werd vastgesteld door meerdere ambtenaren vanuit een touringcar die de betrokkene passeerde. De betrokkene voerde aan dat hij bezig was met het instellen van zijn geïntegreerde navigatie en ontkende de overtreding.

De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De gemachtigde van de betrokkene stelde in hoger beroep dat de verklaring van de ambtenaren niet eenduidig was en dat het onduidelijk was hoe de ambtenaren de overtreding hadden waargenomen vanuit de touringcar.

Het hof oordeelde dat de ambtenaren de gedraging zelf hadden waargenomen en dat de verklaring van de betrokkene geen ontkenning maar een uitleg was. De waarnemingen vanuit de hoge positie van de touringcar boden goed zicht. Het hof bevestigde daarom het vonnis van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €240 voor het vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.293.749/01
CJIB-nummer
: 229284623
Uitspraak d.d.
: 27 juni 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 23 maart 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De advocaat-generaal heeft bij brieven van 4 oktober 2021 en 25 oktober 2021 aanvullende stukken overgelegd. Deze zijn in kopie naar de gemachtigde van de betrokkene gestuurd. De gemachtigde heeft hier niet op gereageerd.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 15 oktober 2019 om 14:32 uur op de A1 in Ugchelen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de gedraging niet is begaan. De betrokkene was bezig met zijn geïntegreerde navigatie. De verklaring van de ambtenaar is niet eenduidig omdat in de verklaring zoals weergegeven in het zaakoverzicht wordt aangegeven dat de betrokkene een op een ‘telefoon gelijkend voorwerp’ vast had. De ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd verklaart wat drie andere ambtenaren zouden hebben waargenomen. Het is niet duidelijk waarom deze ambtenaren niet zelf konden opschrijven wat zij hebben waargenomen. Verder is niet duidelijk wat de positie was van de touringcar ten opzichte van het voertuig van de betrokkene en hoe de ambtenaren hebben waargenomen dat de betrokkene een mobiel in zijn handen zou hebben. Volgens de betrokkene zou de touringcar achter hem hebben gereden.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik heb de betrokkene staandegehouden op aangeven van. Ik zag dat de bestuurder tijdens het rijden een op een telefoon gelijkend voorwerp in zijn rechterhand hield, welke heeft waargenomen dat de bestuurder van het genoemde voertuig tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthield.
Het bleek bij staandehouding een iPhone SE. Ik zag dat het een iPhone betrof.
Naam van ambtenaar 1: [naam1] .
Naam van ambtenaar 2: [naam2] .
Verklaring betrokkene: Ik was de navigatie aan het instellen.”
Deze verklaring is ook opgenomen in het Overzicht Zaakgegevens Mulder dat zich in het dossier bevindt. Deze verklaring is ondertekend door de ambtenaren [naam1] , [naam2] en [naam3] .
5. Het dossier bevat daarnaast een aanvullend proces-verbaal van ambtenaar [naam1] van 15 oktober 2019. Hierin verklaart hij het volgende:
“De controle op niet handsfree bellen vond plaats middels een touringcar. Vanuit de touringcar werd de overtreding geconstateerd tijdens het passeren van het voertuig door verbalisant [naam3] , [naam2] en [naam1] . Het merk, kleur en het kenteken van het voertuig werd doorgegeven aan collega’s [naam4] en [naam5] , die onopvallend achter de bus reden en de staandehouding werd door hun verricht.”
6. Ook bevat het dossier een aanvullende verklaring van ambtenaar [naam1] van 29 september 2021. Hij verklaart als volgt:
“Het betreft een zaak van 15 oktober 2019, bijna 2 jaar geleden. Ik kan mij deze zaak niet meer herinneren en derhalve ook geen antwoorden geven op de gestelde vragen.
Dit betrof een controle vanuit een touringcar, waarbij meerdere collega’s het feit hebben geconstateerd. Dit zijn de collega’s [naam2] en [naam3] .”
7. Verder bevat het dossier een aanvullend verklaring van ambtenaar [naam2] van 20 oktober 2021. Hierin wordt het volgende verklaard:
“Het betreft een constatering van 15 oktober 2019 en dat is te lang geleden om de details goed te kunnen herinneren. Als er bijzonderheden waren zal dit meestal vermeld worden.
Onze werkwijze ten tijde (het hof vult aan: van de gedraging) was dat wij met meerdere verbalisanten vanuit een hoge touringcarbus kijken naar automobilisten welke een mobiele telefoon vasthouden tijdens het rijden op de openbare weg. Omdat dit vanuit een hoge positie is, hebben wij zeer goed zicht. Als iemand van ons een gedraging constateert, wordt dit luidkeels geroepen zodat er ook andere verbalisanten mee kunnen kijken naar de overtreding. Zo ook deze bewuste constatering, omdat dit ook was vermeld op de uitgeschreven bon. Eén verbalisant geeft de overtreding door via een portofoon en meestal ook nog via een app met de gegevens en locatie van de overtreding. Daarna gaan andere verbalisanten, welke op korte afstand rondom deze touringcar rijden met onopvallende voertuigen de staandehouding uitvoeren, zodat de touringcar kan blijven rijden. Bij deze constatering zijn meerdere verbalisanten genoemd, dus zullen deze ook hebben meegekeken naar de overtreding. De staandehouding wordt uitgevoerd door twee verbalisanten ter plaatse, welke de constatering doorgekregen hebben door de verbalisanten in de touringcar.”
8. Het hof ziet in wat de gemachtigde aanvoert geen reden te twijfelen aan de verklaringen van de ambtenaren. De gedraging is waargenomen door de ambtenaren [naam1] , [naam2] en [naam3] , zodat de sanctie is opgelegd door ambtenaren die de gedraging zelf hebben waargenomen. De ambtenaren verklaren dat zij zagen dat de betrokkene tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthield en dat dit bij staandehouding een iPhone bleek te zijn. Dat ook verklaard wordt over een ‘op een telefoon gelijkend voorwerp’ maakt dit niet anders. Uit het aanvullend proces-verbaal van 15 oktober 2019 blijkt dat de gedraging is waargenomen vanuit een touringcar, tijdens het passeren van de betrokkene. Dat de betrokkene stelt dat de touringcar achter hem reed, geeft geen reden hieraan te twijfelen. De verklaring van de betrokkene bij staandehouding, namelijk dat hij bezig was de navigatie in te stellen, is geen ontkenning van de gedraging, maar lijkt eerder een uitleg waarom hij de telefoon vasthield. Ook dit is onvoldoende om te twijfelen aan de verklaringen in het dossier. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
9. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen.
10. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.