ECLI:NL:GHARL:2022:53

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
4 januari 2022
Publicatiedatum
4 januari 2022
Zaaknummer
Wahv 200.296.456/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 32 RVV 1990Art. 3 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete wegens rijden zonder verlichting bij slecht zicht

De betrokkene kreeg een boete van €140 voor het rijden zonder dim- of groot licht bij slecht zicht op 5 december 2019 op de Braken (N194) in Spierdijk. De betrokkene betwistte de overtreding met verwijzing naar videobeelden die een beter zicht zouden aantonen dan door de ambtenaar werd vastgesteld.

De ambtenaar had een foto overgelegd die het beperkte zicht en mistige omstandigheden aantoonde, met zicht beperkt tot de eerstvolgende hectometerpaal. De videobeelden van de betrokkene waren echter gemaakt op een andere plaats en tijdstip, waardoor het hof oordeelde dat deze beelden geen reden geven om aan de juistheid van de constatering te twijfelen.

Het hof bevestigde dat het zicht ernstig werd belemmerd en dat het voeren van verlichting noodzakelijk was volgens artikel 32 RVV Pro 1990. De kantonrechter had het beroep van de betrokkene terecht ongegrond verklaard, en het hof bevestigde deze beslissing. De boete blijft daarmee gehandhaafd.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete voor het niet voeren van verlichting bij slecht zicht.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.296.456/01
CJIB-nummer
: 230426671
Uitspraak d.d.
: 4 januari 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Noord-Holland van 4 juni 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M.A.J. van der Klaauw, kantoorhoudende te Haarlem.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 21 december 2021. De betrokkene en de gemachtigde van de betrokkene zijn verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [naam1] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “geen dim of groot licht voeren, bij dag bij slecht zicht (motorvoertuig (+ aanhangwagen), bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 5 december 2019 om
10:51 uur op de Braken (N194) in Spierdijk met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene betwist de gedraging. Ten tijde van de gedraging was er ruimschoots zicht. De gemachtigde verwijst hierbij naar de videobeelden die de betrokkene heeft gemaakt op het moment dat zij door de ambtenaar naar de plaats van staandehouding werd geleid en het moment van staandehouden ter hoogte van hectometerpaal 7.9. Op de tweede video is een boerderij te zien die 200-300 meter verderop ligt. Het enkele feit dat de ambtenaar een foto overlegt, waarvan hij zelf aangeeft dat deze foto onduidelijk is en ook niet overeenkomt met de werkelijke situatie kan niet overtuigen. Een hectometerpaal die volgens de ambtenaar 50 meter verderop zou liggen is niet te zien, terwijl de ambtenaar zelf aangeeft dat het zicht ter plaatse beduidend beter was. De ambtenaar schat in dat het zicht tussen de 100 en 150 meter was, maar laat na dit te koppelen aan verifieerbare gegevens. De ambtenaar stelt dat hij op de door hem overgelegde foto nog geen 50 meter van de eerstvolgende hectometerpaal vandaan staat. Dit onderbouwt hij met het argument dat er anders een witte bermpaal zichtbaar zou moeten zijn. Echter, vanuit de hoek waaruit de ambtenaar de foto heeft gemaakt zou een witte bermpaal helemaal niet in zicht zijn. Deze bevindt zich namelijk aan de andere kant van de weg.
3. De gedraging betreft een overtreding van artikel 32, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Hierin is – voor zover hier van belang – bepaald dat bestuurders van een motorvoertuig bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, en bij nacht dimlicht voeren.
4. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Mistig, minder dan 200 meter zicht.
Ter hoogte van hectometerpaal/pandnummer: 7.4.
Verklaring betrokkene: ik vind het stom dat ik een bekeuring krijg.”
6. Het dossier bevat daarnaast een aanvullend proces-verbaal van 24 augustus 2021. Hierin verklaart de ambtenaar het volgende:
“Hoe bepaalt u of er sprake is van slecht zicht in de zin van artikel 32 van Pro het RVV 1990?
Ik bepaalde dat aan de hand van het bepaalde in het artikel, namelijk dat hier sprake was van ernstige belemmering met daarbij behorende gevaarzetting door het rijden zonder verlichting. Op de bijgevoegde foto is te zien dat ik op nog geen 50 meter bij de volgende hectometerpaal vandaan sta met de dienstmotor (anders was namelijk nog een witte bermpaal zichtbaar geweest).
Van deze positie is ook een afdruk van Google Maps Streetview bijgevoegd waarop de plek van de dienstmotor is gemarkeerd met stift om aan te geven dat deze voorbij de vorige bermpaal stond en dus binnen 50 meter tot de hectometerpaal.
De volgende hectometerpaal daarna is niet zichtbaar en bevindt zich ter hoogte van de vangrail met kort daarop twee grote ANWB-borden, tevens niet zichtbaar op de foto. Van de plek waar de volgende bermpaal en genoemde ANWB-borden staan is ook een schermafdruk van Google Maps Streetview bijgevoegd, gezien vanaf de bermpaal welke wel op de foto staat.
Op de foto is het wellicht lastiger te zien dan met het blote oog ter plaatse, echter gezien de bovenstaande uitleg en de bijgevoegde foto en schermafdrukken, bedroeg het zicht hooguit tussen de 100 en 150 meter, wat het in het kader van de veiligheid en genoemde in artikel 32 van Pro het RVV 1990 mijn inziens nodig maakt verlichting te voeren.
Het kan tot slot zijn dat de betrokkene na enige tijd na staandehouding wellicht foto of video-opnamen heeft gemaakt waarop het zicht inmiddels beter was, echter doet dit niet af aan de constatering ten tijde van de overtreding. Mist kan snel optrekken wanneer de zon eenmaal goed doorkomt.
Mijn werkwijze was om vanaf een parkeerstrook langs de weg, op het moment dat in de omschreven omstandigheden een voertuig zonder verlichting kwam aanrijden, een foto te maken van de atmosferische omstandigheden en hierna op te rijden en de bestuurder staande te houden. Zodoende is de bij het oorspronkelijke proces-verbaal gevoegde foto daadwerkelijk van het moment dat ik de betrokkene zag rijden.”
7. De ambtenaar heeft een foto overgelegd van de verkeerssituatie op het moment dat de gedraging is geconstateerd. Deze is gemaakt vanaf de motor van de ambtenaar. De motor staat stil bij een parkeerhaven. Hierop is te zien dat het mistig is en het zicht is beperkt tot de eerstvolgende hectometerpaal.
8. De gemachtigde heeft ter zitting de door de betrokkene gemaakte videobeelden getoond. Deze beelden zijn gemaakt op het moment dat de betrokkene door de ambtenaar naar de plaats van staandehouding werd geleid en het moment van staandehouden. De door de betrokkene genoemde boerderij is hierop te zien.
9. Uit de verklaring van de ambtenaar blijkt dat het zicht ter plaatse en ten tijde van het constateren van de gedraging ernstig werd belemmerd. De ambtenaar verklaart dat het zicht hooguit 100 tot 150 meter bedroeg. Deze verklaring komt overeen met wat op de foto te zien is, enkel de eerstvolgende hectometerpaal is te zien. Dat de ambtenaar zelf aangeeft dat het op de foto wellicht lastiger is te zien, geeft geen reden te twijfelen aan de waarneming van de ambtenaar. De videobeelden die de gemachtigde heeft getoond geven geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar, nu deze niet zijn gemaakt op de plaats en het moment van de gedraging, maar zijn gemaakt op een aanzienlijke afstand van de plaats waar de ambtenaar de gedraging heeft waargenomen en dus ook van enige tijd later zijn. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat bij mist de omstandigheden binnen korte tijd en korte afstand aanzienlijk kunnen wijzigen, zeker in een geval als het onderhavige waarbij de betrokkene op het moment dat de gedraging werd geconstateerd tussen de weilanden reed en op het moment dat de videobeelden werden gemaakt in de buurt van bebouwing reed. Op basis van de verklaring van de ambtenaar en de foto van de gedraging kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
10. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.