Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder heeft drie minderjarige kinderen uit twee verschillende relaties. Sinds januari 2019 zijn de kinderen onder toezicht gesteld en sinds maart 2019 met machtiging uit huis geplaatst, verblijvend in pleegzorg. De rechtbank heeft het gezag van de moeder over de kinderen beëindigd op verzoek van de raad voor de kinderbescherming.
De moeder ging in hoger beroep tegen deze beslissing en verzocht het hof de beschikking te vernietigen en het gezag te herstellen of een andere regeling te treffen. Het hof heeft de procedure behandeld aan de hand van ingediende stukken, mondelinge behandeling en het advies van de gecertificeerde instelling en pleegouders.
Het hof overweegt dat het belang van de kinderen voorop staat en dat zij recht hebben op continuïteit, zekerheid en ongestoorde hechting in hun huidige pleeggezin. De moeder kan de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding niet binnen een aanvaardbare termijn dragen, mede door onduidelijke woonsituatie en blijvende begeleidingsbehoefte.
De kinderen wonen al ruim drie jaar niet bij de moeder en zijn inmiddels anderhalf jaar in een perspectief biedend pleeggezin waar zij goed gedijen. Het hof acht het belang van continuering van deze situatie zwaarder dan het recht van de moeder op gezag. Het bewijsaanbod van de moeder wordt afgewezen wegens onvoldoende specificiteit.
Daarom bekrachtigt het hof het besluit van de rechtbank tot beëindiging van het gezag en verklaart dit uitvoerbaar bij voorraad. Er is geen aanleiding voor een kostenveroordeling.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de moeder over haar drie minderjarige kinderen.