ECLI:NL:GHARL:2022:3737

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
10 mei 2022
Publicatiedatum
10 mei 2022
Zaaknummer
Wahv 200.290.876
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking wegens onvoldoende bewijs staandehouding bestuurder

De betrokkene kreeg een sanctie van €95 opgelegd voor het parkeren in strijd met een parkeerverbod op 3 maart 2020 in Amsterdam. De gemachtigde voerde aan dat de bestuurder ten onrechte niet was staande gehouden, omdat de ambtenaar geen persoon of voertuig had gezien en er voldoende mogelijkheden waren om een stopteken te geven.

Volgens artikel 5 Wahv Pro moet de ambtenaar de bestuurder staande houden om diens identiteit vast te stellen, tenzij er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was. De ambtenaar verklaarde dat de bestuurder wegreed, maar het hof vond deze verklaring onvoldoende om te concluderen dat staandehouding onmogelijk was.

Het hof oordeelde dat zonder nadere toelichting niet duidelijk is waarom de ambtenaar het voertuig niet kon volgen en staande houden. Omdat de advocaat-generaal geen verweerschrift indiende, achtte het hof het niet nodig om nadere informatie op te vragen. De sanctie is daarom ten onrechte opgelegd en de beschikking wordt vernietigd.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat staandehouding onmogelijk was.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.290.876/01
CJIB-nummer
: 233039748
Uitspraak d.d.
: 10 mei 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 7 januari 2021, betreffende

[de betrokkene] V.O.F. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is [naam1] , wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “parkeren in strijd met parkeerverbod/parkeerverbodszone (bord E1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 3 maart 2020 om 16:20 uur op het Amstelplein in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene, de bestuurder van het voertuig ten tijde van de gedraging, voert onder meer aan dat hij ten onrechte niet is staandegehouden. De gemachtigde heeft geen persoon of auto gezien zoals de ambtenaar verklaart. Het was vrij druk op het Amstelplein en je kon er op dat moment niet hard rijden. De ambtenaar had de gemachtigde staande kunnen houden door een stopteken te geven met het stoptransparant.
3. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
4. De ambtenaar heeft in de verklaring zoals opgenomen in het zaakoverzicht verklaard dat hij de bestuurder niet staande heeft kunnen houden, omdat deze wegreed uit zijn richting nadat hij hem zag. Naar het oordeel van het hof is dit op zichzelf onvoldoende om aan te nemen dat er geen reële mogelijkheid was tot staandehouding. Zonder verdere verklaring valt niet in te zien waarom de ambtenaar het voertuig van de betrokkene niet heeft kunnen volgen om de bestuurder vervolgens staande te houden. Nu dit verweer al in administratief beroep is gevoerd en de advocaat-generaal ondanks de daartoe geboden gelegenheid geen verweerschrift heeft ingediend, acht het hof het niet geraden om nu nog nadere informatie op te (doen) vragen bij de ambtenaar. Het moet er daarom voor worden gehouden dat de sanctie ten onrechte aan de betrokkene als kentekenhouder is opgelegd. De inleidende beschikking kan daarom niet in stand blijven. Het hof zal beslissen als hierna vermeld.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.